Met mijn blog van hedenavond zal ik vermoedelijk voor eeuwig de gramschap van poezie minnend Nederland over mezelf uitstorten. Dat moet dan maar. Daar gaat-ie dan.
Poezie: ik begrijp er helemaal niets van. Proza, dat snap ik. Goede literatuur, een sterk meeslepend boek, dat snap ik ook. Een literair boek, waar ik in verdrink ven begin tot einde, dat snap ik. Maar een gedicht, dat -voor mij althans- kant noch wal raakt, daar kan ik alleen maar hoofdschuddend doorheen worstelen in een oeverloze poging er iets van te begrijpen. Een soort kroketje, dat niet smaakt, terwijl ik toch honger heb.
Vandaag werd bekend dat de PC Hooftprijs 2003 (hoezo 2003 trouwens, dat jaar is nog niet eens begonnen) is toegekend aan de dichter H.H. ter Balkt, alias Habakuk II De Balker. Dat pseudoniem vind ik nog wel aardig, want het getuigt van een vindingrijke en originele geest. Maar daar houdt mijn bewondering voor deze dichter toch ook direct weer op. Leest u even mee in volgend gedicht van -wat wordt genoemd- een typisch boerse dichter die niets moet hebben van de stad en haar ambtelijkheid:
Stad die ik nalaat
mijn haar en tanden.
Duizend gedachten, verwaaid op de wind.
Hazelaar plantte ik voor haar vier poorten,
al haast vervluchtigd voor haar rose bloesem.
Zink droeg de wind.
Barnsteen en gouddiep onder je straten.
Goud bleef het goud.
Als ik even nadenk kan ik hier wel een interpretatie of wat aan hangen, maar dat doen literaire critici al voor me. De taaltechnostukjes, die critici produceren, vervullen me ook regelmatig met oprechte verbazing. Door woordconstructies, die vaak nog complexer zijn dat de taalvlechtwerkjes in het besproken gedicht. Door de onzin die vaak over een complexe verzameling op zichzelf staande woorden wordt uitgestort. Ik zou wel eens een gedicht (en dan bedoel ik dus zwaarwegende poezie van het gehalte Habakuk) van die critici willen zien. Wedden dat daar niets van terecht komt?
Het gedicht van Habakuk heeft vast een zwaar poezie-gehalte, maar ik kan het niet anders zien dan een verzameling loshangende woorden. Waar weliswaar op zeer intelligente wijze over is nagedacht (het zwaarwegende), maar die uiteindelijk wat mij betreft niets meer is dan dat: een verzameling loshangende woorden.
Leest u het gedicht nog maar een keer, en probeer de samenhang te ontdekken. Ontbreekt. Ja, ergens in de verte misschien, aan de literaire horizon, gloort vaag een verband, maar je moet toch wel van goede huize komen om dit allemaal op z’n plekje te krijgen. Het is dat de kranten vandaag erbij zetten dat Habakuk de pest heeft aan de stad. Daardoor wordt het me wat duidelijker. Zonder die uitleg had ik ‘m in elk geval niet gevat. En, wees eerlijk, U zeer waarschijnlijk ook niet.
Was het in oorsprong niet zo dat de dichter schrijft voor het volk? Moet het volk het wel kunnen begrijpen. Die nauwe band is volgens mij lang geleden al verbroken. En wat me nog het meeste irriteert: de heer Habakuk heeft niet eens de moeite genomen om de boel te laten rijmen. Wat volgens mij toch nog steeds een grondvoorwaarde is om een verzameling woorden aan te merken als een gedicht. Wat de heer Habakuk naar mijn overtuiging hier alleen demonstreert is dat hij bijzonder ingewikkeld woorden achter elkaar kan zetten, samengevlochten met enig vaag vermoeden van onderlinge samenhang. Waardoor gevoel voor gewone emotie of schoonheid in elk geval bij mij niet ontwaakt. Aan elkaar geplakt onder het motto: hoe moeilijker, des te meer poezie.
Ik vergelijk dit semi-wetenschappelijke tekstgedrag wel eens met componisten, die om de complexiteit muziek maken, niet om het gevoel. Moderne componisten hebben daar een handje van. Willem Breuker bijvoorbeeld. Een enorme bak ongecontroleerde niet-stemmende herrie, en dat wordt dan moderne muziek genoemd. Of het waar is weet ik niet, maar er gaat een verhaal over hoe Breuker zijn Zeeland-suite heeft gecomponeerd. Hij nam een potje oostindische inkt, een tandenborstel en zo’n roostertje met kleine vierkantjes die je gebruikt om klei mee te bakken in zo’n hobbyoventje. Kent U misschien nog wel van handenarbeid op school. De tandenborstel werd in de inkt gedoopt en vervolgens boven een blanco blad muziekpapier over het roostertje geschraapt. De spetters zwarte inkt belandden in volstrekte willekeur op het muziekpapier. Daar tekende Breuker vervolgens de rest van het muziekschrift bij (de stokken, de maten, de rusten), en klaar was-ie. Ja zeg…. Gevoel? Kom nou…
Jazzmuziek, ook zoiets. Jazzmuziek is vaak technisch hoogbegaafd, zeker, kunststukjes die ik beslist niet kan nadoen. Zo’n jazzgitarist die wel 100 complexe akkoorden in 1 minuut kan aanslaan. Zo’n jazzpianist, die de ene complexe riedel na de andere uit de piano tovert. Zo’n saxofonist, die zijn instrument behandelt als ware het krokodil die niet gevangen wil worden. Knap hoor, maar mij spreekt het niet aan. Er zit namelijk geen echt gevoel in. De grimassen, die zo’n muzikant trekt, hebben volgens mij niets te maken met emotioneel gevoel, maar veel eerder met het onderdrukken van opkomende krampen.
“Musici, die klassieke muziek spelen, reproduceren, en scheppen niet”, heb ik ooit eens tegen mijn pianoleraar gezegd toen ik een jaar of veertien was. “Ze proberen wel de emotie van de componist ten tijde van het componeren te benaderen, maar zullen daar nooit volledig in slagen. Ze waren er immers niet bij, en ze waren de componist niet. Twee uiterst remmende factoren in dezen”. Ik zal het in wat simpeler bewoording hebben gezegd (ik was tenslotte pas veertien), maar daar kwam de strekking wel op neer.
Deze opmerking kwam me op een ferme tik met een aanwijsstokje op mijn boven de toetsen zwevende vingers te staan. Daarmee sloeg deze pedagogische onbenul meteen het laatste stukje positieve wil om het te willen begrijpen eruit. Niet lang daarna ben ik gestopt met de pianolessen (toen al 8 jaar aan de gang), en heb mezelf muzikaal verder ontwikkeld. Het conservatorium, waar deze pianoleraar mij heen zag gaan, was daarmee natuurlijk buiten bereik geraakt, maar dat heb ik nooit betreurd. Ik beleef nu nog elke dag plezier aan mijn muzikale escapades in mijn thuisstudio.
De stukken muziek, die ik daar componeer, zijn misschien niet briljant, maar drukken wel mijn gevoel uit. En roepen bij mijzelf dat gevoel ook weer op wanneer ik het (soms vele jaren) later weer terugluister. Dat kan wel: ik was er wel bij, en ik was de componist. Twee uiterst stimulerende factoren in dezen. Maar dat geldt alleen voor mij. Voor de andere muzikant die mijn muziek speelt geldt de andere wet: hij was er niet bij, en was de componist niet. De luisteraar kan er wel door ontroerd raken, wanneer hij zich beperkt tot luisteren. Maar wanneer hij datzelfde gevoel probeert te bereiken door het stuk na te spelen zal dat niet lukken. Hij was er niet bij, hij is mij niet.
Dus wanneer een recentiepennelikker schrijft dat Jan Vayne zo emotioneel speelt kan ik daar met de pet niet bij. Vayne is een handige reproductiepief, met veel bombarie, die het commercieel veel slimmer aanpakt dan ik. Dat laatste moet je hem wel nageven. Maar of-ie echt met gevoel speelt (en dan bedoel ik ook ECHT met gevoel)…. nee, ik heb niet die indruk. Hij raffelt fraai verpakt technisch af, niet meer dan dat. Dat geldt trouwens ook voor die vioolfiguur, Andre Rieux heet-ie geloof ik. Bah, wat een nepzooi.
Trouwens: met “mijn composities” bedoel ik niet de digitale knip en plakwerkjes links in de muzieklijst. Da’s ook leuk om te doen, maar niet mijn oorspronkelijk werk. Het zijn fragmenten en samples van anderen, die ik opnieuw rangschik, mix en arrangeer. En soms voorzie van een eigen bedacht partijtje instrument, als extraatje. Lekker om naar te luisteren, misschien, maar niet bedoeld om mijn emoties vast te leggen. Daar heb ik heel andere muziek voor gemaakt. Misschien dat ik nog wel eens iets daarvan in dit weblog laat horen. Mag u zelf oordelen.
Nog even terug naar de poezie en de dichter. Ook dichter Habakuk zal gevoel en emotie hebben wanneer hij zijn poezie schrijft. Dat zal ik niet ontkennen. Alleen: hij is erin geslaagd dat dermate zwaar en complex in te pakken, dat het gevoel nooit door de lezer zal worden begrepen, laat staan gereproduceerd. Als dat uberhaupt al mogelijk is. Ik meen dus van niet. Van Habakuk is dan ook bekend dat hij een klein lezerspubliek heeft. Is prima hoor, niks mis mee. Ik ken ook werkelijk heel goeie muzikanten, die nooit verder komen dan een kleine kring publiek. Alleen vraag ik me dan wel af wat voor soort lezer een kick krijgt van Hababuks constructies. Ik doe een gok. Ik denk dat misplaatst intelligent gevoel en bewondering vanuit verkeerde motieven de grote drijfveren zijn van dit kleine lezerspubliek. Zo van: kijk mij eens ingewikkeld lezen? Ik begrijp dit. Knap he? Indien dit zo is, dan past deze kleine groep inderdaad zeer treffend bij Habakuk.
Vanaf deze plaats mijn oprechte gelukwensen aan Habakuk II De Balker. Hij zal deze prijs vast verdienen. Aan mij is zijn tekstgesoldeer echter niet besteed. Ik begrijp het niet, zal het nooit begrijpen, en wil het ook niet begrijpen. Daarvoor zijn mijn motieven aangaande emotie vrees ik te zuiver.