Eerder
Ik breng Alexei naar de trein. Hij gaat naar Frankfurt, en vliegt van daaruit terug naar Siberie. Terwijl we op de trein wachten zie ik haar staan. Een prachtige vrouw, tegen de 30 schat ik in. Een beetje donker. Lang zwart glanzend haar. Prachtige donkere ogen. Ze vraagt in Duits met een buitenlands accent of de trein vertraging heeft. Ja, zeg ik, 5 minuten. Ze maakt zich zorgen en vertelt, dat ze in Duisburg maar 5 minuten heeft om over te stappen op de laatste ICE naar Berlijn. Ze woont in Berlijn en is op bezoek geweest bij een vriendin in A. Terwijl ze vertelt hoe ze eerder na carnaval in Bonn al eens een laatste trein naar Berlijn heeft gemist kijk ik. Ik zie bekende dingen. De manier waarop ze praat. Hoe ze haar hoofd houdt. Een beetje schuin. Hoe haar ogen me vrolijk en sprankelend aankijken. Hoe ze haar armen -of eigenlijk haar hele lijf- gebruikt om het gesproken woord kracht bij te zetten. Hoe ze al pratend haar hoofd schudt waardoor haar haar om haar schouders golft. Ik ken haar. Maar waarvan? Ik heb dit sprankelend sprekend mens met die welsprekende mooie donkere ogen al eens eerder ontmoet. Voor mijn gevoel al wat langer geleden. Maar waar? Alexei merkt dat er iets bijzonders aan de hand is en kijkt steeds van mij naar haar en weer terug. Hij verstaat er geen woord van, maar registreert wel het bijzondere.
De trein glijdt langs het perron, en ik neem afscheid van Alexei. Ze zegt “Auf wiedersehen” en lacht. Ik glimlach terug. Alexei helpt haar met haar zware koffer de trein in. Ze gaat in een stoel aan het raam zitten. Alexei zit aan de andere kant van het gangpad. Ik zwaai naar Alexei, hij zwaait terug. Tot ziens goede vriend. Zij kijkt ook, en zwaait ook terug, terwijl ze lacht. Ze zegt iets. Ik versta het niet: de ICE treinramen zijn geisoleerd en kunnen niet open. Ik haal verontschuldigend de schouder op. Zij ook. We glimlachen. Alexei kijkt weer glimlachend van de een naar de ander. Hij kijkt mij aan en knikt. Hij begrijpt dat er iets aparts gaande is. De trein zet zich in beweging. Ik zwaai nog een keer naar Alexei. Hij zwaait terug. Op het laatst mogelijke moment -net voordat ik ze uit het oog verlies- kijkt ze om en zwaait ook. Met een kleine beweging. Ik ken haar. Ik heb haar ooit eerder ontmoet en met haar staan praten. Maar waar? Waar…



