Koninginnedag is eigenlijk een hele rare dag. We zingen massaal een mevrouw toe dat ze lang mag leven, maar ze is helemaal niet jarig. We verplaatsen massaal duizenden tonnen goedbedoelde rotzooi via rommelmarkten van de ene zolder naar de andere, en daar betalen we ook nog voor. We klappen massaal voor heren die kinderspelletjes doen, terwijl we dat soort spelende heren op andere dagen voor volkomen gek verklaren of op verdenking van pedofilie laten oppakken. We kwijlen massaal bij mooie japonnetjes, terwijl we anders al direct zeggen “Nou, nou, die verbeeldt zich ook heel wat”. We maken massaal dagen tevoren een complete binnenstad spic en span, terwijl we anders diezelfde binnenstad in rap tempo vervuilen. We klappen voor de burgemeester, terwijl we die man anders nooit zien staan. We accepteren dat een complete binnenstad voor autoverkeer wordt afgesloten, terwijl we anders moord en brand zouden schreeuwen bij een identieke maatregel op pakweg een gemiddelde zaterdagmiddag. We staren uren naar de TV naar hetzelfde programma, terwijl we anders snel wegzappen omdat er werkelijk niets spannends gebeurt. Ja, Koninginnedag is een hele rare dag.

Dorothee Sölle. Ik had nog nooit van haar gehoord. Tot dinsdagavond laat: ik zag haar in een herhaling van een recent interview, op Nederland 1. Sölle was een Duitse theologe, op wel heel aparte en serene wijze werkend aan waarheid en vooral vrede. Tijdens het tv-interview werd haar gevraagd waar ze de kracht vandaan haalde om haar weg te gaan zoals ze deed, en die gang voort te zetten. Ze vertelde dat een vriend de vrede vergeleek met een kathedraal. Hij had haar ooit gezegd dat ze aan die kathedraal bouwde, en dat ze de voltooiing waarschijnlijk nimmer zou meemaken. En dat dat goed was. Gelijk de bouwers, die in de Middeleeuwen werkten aan een kathedraal, die pas na 200 soms wel 300 jaar gereed zou zijn. De bouwers zouden nooit het gebouw voltooid zien, nooit de pracht en praal kunnen aanschouwen die zij aan het bouwen waren. En toch werkten ze met hart en ziel door. Omdat het goed was. Zo bouwde Dorothee Sölle steen voor steen aan de vrede. Met hart en ziel, en overtuiging. Omdat het goed was. Haar kathedraal, waarvan ze de voltooiing inderdaad nimmer heeft mogen aanschouwen. Kort na (ik meen zelfs de dag erna) het interview is ze overleden, aan een hartaanval. Ik heb hier al wel vaker aangegeven dat ik het niet zo op heb met kerken en gelovigen. Maar wanneer iemand vanuit haar geloof zo’n uitstraling neerzet, en zo persistent integer bouwt aan (niet: vecht voor) de vrede, dan zwijg ik en zie dat geloof soms ook goede kanten heeft. Mits het maar vanuit puur standpunt wordt beleefd en verteld (niet: uitgedragen). Ademloos heb ik zitten luisteren naar wat deze vrouw te vertellen had. Ik ben niet zo snel onder de indruk van mensen. Ik ben het wel van deze Dorothee Sölle.
Met verbazing en irritatie volg ik de ontwikkelingen in Den Haag. Eerst maken CDA en PvdA er een puinpot van. Dan gaat het CDA met nota bene de VVD en twee kruispartijen om de tafel zitten. Drie partijen, die bij de laatste verkiezingen ofwel genadeloos om de oren kregen (VVD), of nauwelijks overeind bleven (de kruispartijen). Dan blijkt dat vervolgens ook weer nix te worden (de fienen gedragen zich voor het CDA toch te fien, opmerkelijk trouwens, want JPBalk is ook een fiene), en zitten CDA en VVD plots met D’66 te praten. Met Bokkige Boris. D’66 was toch die partij die tot voor kort hardnekkig weigerde mee te doen aan de vorming van een regering? Ja? Ja! En diezelfde partij zit nu plotsklaps te touwtrekken om D’66-ministersposten. How (b)low can you go. Maar, realistisch als we zijn: als het dan (godzijdank) met de kruispartijen niet lukt, Dan Maar D’66 (DMD’66). Al dat gedonder heeft ook wel een positief resultaat gehad: de LPF heeft zichzelf wederom buitengewoon vakkundig buiten spel gewerkt. Goed gedaan jongens!
Ik moet geloof ik even een misverstand rechtzetten. De indruk is ontstaan dat Juffrouw Jannie niet echt bestaat, maar dat haar personage een verzinsel van mij is. Niets is minder waar. Juffrouw Jannie is een struise Nijmeegse van goed geconserveerd vlees en bloed. Ze werkt al vele jaren bij ons in de studio en bokst daar de catering voor elkaar. Ze kwettert zeer gezellig met de zachte Nijmeegse G, en we roken regelmatig samen een kwebbelpeuk in ons Perron Nul. In onze studio is ze wereldberoemd om haar lekkere koffie. En daar is ze terecht trots op. Ik denk dat ik wel begrijp waarom het misverstand is ontstaan. Een tijdje terug schreef ik hier dat “ik haar heb verzonnen om eens lekker tegen alles en iedereen te kunnen aanzeuren”. Daarmee bedoelde ik het weblog, niet Jannie zelve. Het idee voor haar weblog komt inderdaad bij mij vandaan. En ik heb haar op weg geholpen, want van computers heeft Jannie nul verstand. Met Bloggar vult ze dat weblog nu zelf in. Zodat ze lekker een potje kan zeuren, wat tot op heden trouwens wel meevalt vind ik. Ze blogt er lustig op los, tenminste, zolang ze niet in Cuba achter de mannen aan zit. Verder mag ik van Jannie vermelden dat ze vrijgezel is, maar moet er nadrukkelijk bij vermelden dat dat ook zo blijft. Ze laat U allen hartelijk groeten en zal binnenkort in haar weblog een en ander uit de doeken doen over hoe het beste op mannen te jagen in Cuba.
Voor wie haar weblog leest: Juffrouw Jannie zit op Cuba, in de zon. Er is wel een internetcafe in de buurt, maar ze ziet meer in de mooie mannen op het strand. We kregen vandaag een heel kort mailtje van haar. Hier is de tekst:
“Hay! Cuba is Buba! Multo Mooie Hombres. Jullie redden het wel he? Doei! Jannie.”
Dat was het. JJ kennende -en dat is al heel wat jaren- zit ze daar wel snor. We zullen het in de studio nog een weekje zonder haar moeten stellen.
Digitaal is finaal, vast, maar ook vluchtig tegelijk. Deze tegenstelling wordt elke keer weer bewezen wanneer een computer het begeeft, en er geen backups zijn gemaakt. Wanneer je iets in de computer vastlegt ligt het ook vast, finaal, voor eeuwig. Nou ja, je kunt het nog wel wijzigen, maar dat doe je meestal niet. Dus finaal. Het staat Vast. Dan komt die crash. En ben je alle vastigheid kwijt. Niet meer terug te halen. Vreselijk. Je voelt je verloren. Een beetje of je een dierbaar iets of iemand kwijt bent. Bijna met de dood vergelijkbaar. Het is me 1 keer gebeurd, zeker tien jaar geleden. Een stuk muziek waar ik dagenlang op had zitten zwoegen. Een nummer dat zong als een klok. Toen ging de harddisk kapot, niets meer te redden. Ik heb de melodie nu nog steeds in mijn hoofd, kan het op elk gewenst moment weer oproepen. In de jaren daarna heb ik diverse malen geprobeerd om dat nummer opnieuw in elkaar te zetten. Het werd altijd wel wat, maar nooit wat het in oorsprong was. Het gevoel van dat moment kwam niet meer. Heel erg vond ik dat, en nog steeds. Sindsdien maak ik backups bij het leven, met meerdere generaties zelfs. Zodat ik nooit meer iets kwijtraak. En het is sindsdien ook nooit meer gebeurd. Even afkloppen…
Hoorde vanmiddag een wetenschapper op de radio. Zij heeft gedurende een flinke tijd een onderzoek gedaan. Naar de plaatjes die Anne Frank aan de muur heeft gehangen tijdens haar verblijf in het Achterhuis. Conclusie van het langdurige onderzoek: de meeste plaatjes komen uit de Libelle. Het onderzoek heeft een flinke smak geld gekost. En ik weet nu nog steeds niet welk soort lijm ze heeft gebruikt bij het opplakken. Wat heb ik aan zo’n onderzoek?
Gisteravond rond 23:00 uur gebeurde ik iets waardoor ik intens gelukkig geraakte. Mijn Windows XP hield er weer eens mee op. Blauw scherm, witte lettertjes, verder nul komma nada. Zomaar. De tijd, dat ik me hierover opwond, heb ik inmiddels achter me gelaten. Ik was er vannacht en een deel van vandaag weer berendruk mee om de zaak weer aan de praat te krijgen. Waarom ik dan zo gelukkkig was? Dat ik toevallig afgelopen vrijdag van alle belangrijke data een backup had gemaakt naar de Mac. Ik ben dus voor de verandering eens niets kwijt. Daar wordt een computermens bij een crash heel gelukkig van.
Wel eens met een OCR-scanner gewerkt? Ik probeerde vanavond de voorpagina van een Microsoft handleiding te OCRren, zodat ik de tekst in een Word-document kan opnemen. Toen kwam er dit uit:
Site Server Evaluation Guide. Abstract. Tbe purposa of this paper is to provide a comprehensive guido for leaming the fundamental capabîities of Microsoft Site Servees pubrishing, search, and personSized biformation delivery foatures. Corporato IT professionals, Knowledge Managers, and tedinical consultants interested in niplementation of knowledge management soluljons should usa this guide to leam more about Site Server’s role in building a knowledge solutions infrastructure. This guide also comes with samples that Will assist in the evaluation of Site Server.
Met een beetje goeie wil kom je er wel uit, maar om dit nou foutloos OCRren te noemen… Toch software waar ik nogal wat muntjes voor heb betaald. Dus toch maar eens gaan praten bij de bittenboer. Kan nog een gezellig gesprek worden. Ben toch al enigszins in oorlogstooi vandaag…
Dit zouden ze moeten verbieden. Een verzameling volstrekte nul-informatie, alleen maar omdat het techniekje een beetje doet wat het belooft? Kom nou jongens en meisjes: dit is Veronica niet!
Vanavond een stukje muziek, dat geheel uit de eigen compositie- en speelkoker komt: TraX. Arrangement en alle bespelingen: PB. Om een beetje lekker bij te chillen. Of uit het raam te staren. Gebakken in 1998 alweer, nu pas vrijgelaten.
Waarom zeuren mensen toch altijd over te kleine lettertjes op het beeldscherm. Dit is toch prima leesbaar?
Eventjes kijken welk nummer deze post meekrijgt…… Ah, nummerke 93.252.924, gepost om circa 20:00 uur. Die van vanochtend, gepost om circa 10:00 uur, had nummerke 93.229.087. Het verschil tussen die twee is: 23.837. Goeiedag dan. Tussen 10:00 uur en 20:00 uur zitten 10 uren. Per uur gaan er dus gemiddeld zo’n 2.383,7 posts naar Blogger. Dat zijn er gemiddeld 39,7 per minuut. Dat is gemiddeld 0,6 posts per seconde, zeg maar zo’n beetje elke seconde 1 post met af en toe een seconde of wat pauze. Dat is dus net zo veel als er baby’s worden geboren op deze wereld: elke seconde een. Hoeveel mensen er per seconde overlijden weet ik niet, maar die tegendraadse beweging zit er wel in. Zo zit de natuur in elkaar. Bij posts gaat dat anders: die blijven bewaard, en dus groeit de brei teksten elke seonde weer aan. Dag in dag uit, week in week uit, maand in…. afijn, U hebt ‘m zo wel te pakken denk ik. En dan hebben we het dus alleen nog maar over Blogger, niet over al die andere weblogdiensten die in gebruik zijn.
Reken we even de andere kant op. In tien uur tijd 23.837 posts. In 24 uur tijd komt dat neer op 57.208,8 posts. Per dag! Er mag 24 uur worden gerekend, want Blogger wordt over de hele wereld gebruikt, en het is altijd wel ergens tiktijd. Om het even wat begrijpelijker te houden rond ik de boel wat af, en zet de dagproductie op 57.200 posts. In een maand tijd (ik reken elke maand voor het gemak 30 dagen) zijn dat er dan 1.716.000. Op jaarbasis betekent dat 20.592.000 posts. Twintig komma vijf miljoen! Hallo dan.
En dat dan wel uitgaand van het huidige aantal gebruikers: ik reken de groei van het aantal Bloggergebruikers maar niet eens mee. Zo’n 20,5 miljoen posts per jaar. Over vijf jaar zijn dat er dan 102.960.000! Even laten doordringen: bijna honderdendrie miljoen posts. En dus nog steeds zonder de groei meegerekend.
Elk opgeslagen stukje tekst neemt op een harde schijf ongeveer 2K in beslag, ruwweg. Het ene stukje wat meer, het andere wat minder. Over vijf jaar is dat dus 2K * 102.960.000 = 205.920.000 K opslagcapaciteit. Oftwel 205.920 MB. Oftewel 205,9 Gigabyte. Zeg maar iets meer dan 5 harde schijven van 40 GigaByte elk, helemaal hartstikke tjokvol met alleen maar posts. Maal twee, want Blogger zal vast wel backups draaien (mogen we hopen).
Er kunnen hieruit een paar aardige conclusies worden getrokken. Allereerst: er wordt inderdaad heel wat afgeleuterd in blogland. Ten tweede: de kosten van opslagcapaciteit zijn nihil voor Blogger over 5 jaar. Daar komen dan nog wel de servers bij en de internetverbindig, maar ook dat valt qua investering alleszins mee. Wanneer Blogger per post 5 Eurocent zouden vragen zijn de bedenkers van dit fenomeen binnen de kortste keren tergend hemeltjes rijk. En wij betalen die vijf cent vast ook nog, verslaafd als we allemaal zijn aan dit webloggedoe.
Nog een conclusie: begin een betaalde weblogdienst en wordt slapende rijk. Tenzij de klantjes weigeren te betalen. Nou ja, dan heb je altijd nog voldoende computer en opslag om een heeeeleboel programma’s op te slaan. Ik hoop dat alle berekeningen hier kloppen, want ik ben meer een lettertjesmens dan een cijfertjesmens. Mijn algebraleraar in de eerste klas middelbare school werd helemaal gek van mij. En schreef mij direct af als beta toen ik hem uitlegde, dat mijns inziens lettertjes er zijn om proza en poezie mee te maken, niet om mee te rekenen….
Ik zie net dat mijn post over Truusje nummertje 93.229.087 heeft meegekregen. Er wordt wat afgeleuterd in weblogland.

In ons regionale dagblad loopt momenteel een serie over “mijn autoliefde”. Jan en Alleman schrijft daar over het autootje, waarmee ze vroeger de grootste lol of liefde hebben beleefd. Nou, zo eentje heb ik ook. Of eigenlijk zijn het er twee. De fijnste wagen die ik ooit had was een Alfa Romeo Alfetta Lusso, eerder deze week al tentoongesteld in de fotocollage “herinneringen”. De tweede was de grappigste auto die we ooit hebben gehad: een Fiat 500. Op zich allemaal niet zo schokkend, ware het niet dat ik 2.05 meter lang ben en dus enige proportionele dispositie heb ten opzichte van dit autootje. Onze versie had geen open dak, en dus zat ik met het hoofd permanent gebogen om door het piepkleine voorruitje te kunnen kijken. Het autootje reed als een trein, maakte herrie voor tien, veerde voor geen meter, en had geen linker voorstoel. Ik zat namelijk op de iets naar voren gebrachte achterbank, zodat ik in elk geval wel mijn benen kwijt kon. En dat zat eigenlijk best wel comfortabel.
Erg lang hebben we niet van die autootje kunnen genieten. De technische staat was nog slechter dan het comfort. De ruitenwissers deden het bijvoorbeeld al lang niet meer, waarvoor ik een handbediening in de plaats had geknutseld. Niet echt handig, maar we zagen tenminste nog wel waar we reden bij regenachtig weer. Toen dan ook bij het opschakelen van de eerste naar de tweede versnelling de complete versnellingspook uit de bodem van de auto omhoog kwam hebben we besloten het apparaatje af te voeren naar de sloper. Want er was nog wel wat meer aan de hand met dit vehikel. De bodem lag er toen al grotendeels onderuit (bij regen dus natte voeten), en van de rode lak was ook weinig meer te zien. De koplampjes hingen met ijzerdraadjes in het chassis, en de zwengel van de portierruitjes waren al lang geleden verdwenen. Het motortje had zeer lang geleden zijn laatste onderhoudsbeurt gehad en rookte vervaarlijk. Van olie verversen hadden we nog nooit gehoord: met techniek ben ik niet zo standvastig als zou moeten. En de bandjes waren zo mogelijk nog gladder dan de ijsbaan in Heerenveen.
We hebben op waardige wijze afscheid genomen: we hebben er met een glas wijn in de hand op staan dansen voor de deur om er zeker van te zijn dat niemand -maar dan ook echt niemand- in ons geliefd autootje de sloop nog zou verlaten. Gebutst en gedeukt werd de Fiat 500 door een kraanwagen afgevoerd. We hebben nog net niet een traantje gepinkt, en hebben ons mobiele leven vervolgd in heel wat luxere auto’s waar ik tenminste een beetje normaal in kon zitten en waarin de techniek wel deed wat het moest doen. Wel beschouwd was deze Fiat 500 natuurlijk helemaal nix, maar wel een erg lief autootje. Dat troetelgevoel heb ik met geen enkele latere auto meer gehad.
Oh ja, ze had ook een naam: Truusje.
De wonderen zijn de wereld nog niet uit. Sinds vanmiddag doet het tellertje van mijn Reaksiedoos het weer. Zomaar. Zonder dat ik er iets aan heb gewijzigd. Drie weken lang heb ik me een hoedje gezocht naar de oorzaak. Kon niets vinden. Templates opnieuw gegenereerd. De code opnieuw geplakt. Niets maar dan ook helemaal niets hielp. Toen gaf ik het een week geleden maar op. En nu doet-ie het weer. Conclusie: wanneer een programma niet werkt, gewoon niets doen. Komt vanzelf weer in orde.
Wanneer je van Den Bosch naar Tilburg rijdt kom je -als je Den Bosch net voorbij bent- langs een landgoed met een hele hoge schutting met een dennenheg. Aan de rechter kant van de weg. Aan die hoge schutting hangt een groot spandoek, waarop de volgende tekst staat: “Ik wacht al 17 jaar op mijn brandschade”. Wanneer je die tekst goed tot je laat doordringen begrijp je dat-ie niet klopt. Bedoelt de eigenaar dat-ie al zeventien jaar wacht op uitbetaling van een vergoeding voor geleden brandschade? Of zit-ie al zeventien jaar te wachten totdat eindelijk iemand zijn huis in de fik steekt zodat-ie eindelijk de door hem kennelijk zo gewenste brandschade heeft? Het was vandaag de derde of vierde keer in een paar weken tijd dat ik langs die bewuste plek kwam en het spandoek zag. Dat stomme doek begint me behoorlijk te intrigeren. Welk drama ligt hieraan ten grondslag? Woont hier een psychisch gestoord iemand? Of iemand, die al die jaren al in oorlog leeft met zijn verzekeringsmaatschappij omdat-ie misschien een keer de premie een dag te laat heeft betaald? Wat voor huis staat achter die hoge schutting vertsopt? Een oud naargeestig, half afgebrand huis? Staat er eigenlijk nog wel een huis? En wat denken de buren ervan? Hebben ze medelijden? Of zien ze de wellicht zonderlinge bewoner liever gaan dan blijven? Bij een volgende gelegenheid stop ik toch even en ga kijken of er een kier in de schutting zit. Zodat ik een stiekeme blik op het landgoed kan werpen. Ik wil het weten. Ik wil het domweg gewoon weten.

U was ‘m al weer vergeten he? Ja, kom er maar voor uit. Weggespoeld door de waan van de dag. Nou, ik niet. Ik kan alleen maar zeggen dat ik wel zeer blij ben dat die idioot van een Hoessein opgesodemieterd is. Kan dit soort ellende daar tenminste niet meer gebeuren.

Gewoon een paar herinneringen. Kwamen vanavond zomaar ineens op. Herinneringen aan fijne tijden. En dan bedoel ik dus ook echt fijne tijden. Waar je niet naar terug kunt, maar waar ik best nog eventjes zou willen zijn. Om te ruiken, te proeven, te beleven, nog even te praten met de mensen van toen. Zoals we dat toen deden: ongecompliceerd, onbevooroordeeld, onbevangen. Zoals we dat vandaag niet meer doen…
Ik heb er even over moeten nadenken, maar ik ben er nu wel uit. Het gaat hierom. De columnist is ons regionale dagblad schreef afgelopen zaterdag een stukje over de vlezige en zwaar gepermanente volksdame, die daags na de veroordeling van Van der G. bij -ik geloof- Barend en Van Dorp op TV had zitten verkondigen dat Van der G. over 11 jaar -wanneer hij vrij komt- “van ons is”. Wat ze daar mee bedoelde is wel duidelijk. De columnist vroeg zich in dertig krantenregels af of die dame nu wel of niet namens hem sprak toen ze het over “ons” had. Ik heb daar veel minder voor nodig. Die dame spreekt niet namens mij, en Van der G. is dus ook niet “van mij” als-ie vrij komt. Wat die man heeft gedaan is (net als elke andere moord trouwens) zo verachtelijk dat ik maar een ding zal doen wanneer ik ‘m ooit tegenkom: ‘m volkomen negeren. Wanneer iedereen dat nou doet komt Van der G. in de ergste straf terecht die je een mens kunt geven: een levenslange volstrekte eenzaamheid. In zo’n afstraffing zou ik me wel kunnen vinden.
Gegniffel. Dat is wat me vandaag zo’n beetje de hele dag ten deel viel op de zaak. Het ging natuurlijk als een lopend vuurtje rond dat ondergetekende zijn leasebak in een onoplettend moment in een bussluis had geparkeerd. En op de intranet website van de autolease-afdeling trof ik nog een aangename verrassing aan: bij schade door eigen schuld een eigen risico van 136 Eurootjes. Nah, jammer dan: dat is dus een duur momentje van even niet opletten.

Nou, die web-radio bij Acid Planet…. toch maar niet. Want wat lezen wij in de kleine lettertjes? Wanneer je een audio-productie op hun website plaatst draag je meteen ook alle rechten over aan de eigenaar van de website, Sonic Foundry. Ja zeg, ammehoela. Da’s makkelijk innen. Vele uurtjes muziekzweet zo maar over de schutting smijten naar een Amerikaans bedrijf? Dacht het niet. Ik heb geen idee hoeveel muzikanten inmiddels op Acid Planet hun muziek hebben geplaatst, maar het zullen er -afgaand op de alfabetische lijst- ruwweg al snel een paar duizend zijn. Daar zit altijd wel een potentieel hitje of twee, drie tussen. Waarmee dus niet de artiest maar Acid Planet centjes gaat verdienen. Ja troelala, daar stinken we dus niet in. Hoezo “Acid Planet, your world of music”. Ik denk eerder: “Acid Planet, the deal we steal”. De audio-industrie is toch al verrot genoeg, kan ik U verzekeren. Daar gaan wij dus mooi niet een steentje aan bijdragen. Toch nog maar even verder zoeken naar een andere webradiomogelijkheid.

Een tijdje geleden al weer heb ik geprobeerd een web radiostation tot leven te wekken. Dat ging niet goed, want de dienst waarbij ik PB Radio had aangesloten bleek niet zo goed te werken. En ging korte tijd later failliet. Nu heb ik een nieuwe stek ontdekt: Acid Planet. Dat werkt stukken beter. Er staat nu nog maar 1 nummertje in dat ik heb gemaakt voor een contest van Acid. Maar in de komende dagen takel ik mijn audio over naar mijn artiestenhoekje op Acid Planet. Waar U dan op de knop “Play Artist Radio” moet drukken, waarna mijn webzendertje speciaal voor U de hele riedel afdraait. En het aardige is: geen kijk- en luistergeld verschuldigd. En ook geen zendrechten trouwens. Internet optima forma.
Dankzij het akkefietje van gisteren rij ik sinds vanochtend in een Japans koekblik. Op zich heel mooi natuurlijk dat zelfs met Pasen een vervangende auto snel is geregeld, hierover niets dan lof. Daarover hoor je mij niet klagen. Vriendelijke mensen aan de telefoon, snel en efficient geholpen, geen gezeur, gewoon doen. Zeer goed. Maar wat er dan aan keuze klaar staat bij de lokale autoverhuurder is niet veel soeps. Meestal te klein, en altijd Japans. Ik rij Duits, en dat rijdt en voelt degelijk. Nu rij ik Japans. Dat rammelt, zit vol overbodige bliepjes, stuurt niet lekker, heeft veel te veel ongezellig grijs plastic in de cockpit, en het zit ook nog eens voor geen meter. Hoge, werkelijk keiharde stoelen, die niet in hoogte verstelbaar zijn. Gemaakt voor kleine Japanners, die amper over het dashbord kunnen kijken. Niet voor lange Hollanders, die tegen de bovenrand van de ruit aankijken en met het schedeldak tegen het autodak geraken bij elk klein hobbeltje. Nee, ze mogen dan veel kunnen daar in Japan, van auto’s bouwen hebben ze wat mij betreft voor geen meter verstand.

Wat U niet moet doen, en zeker niet met Pasen: een bussluis inrijden. Wat er dan gebeurt is nogal verwarrend. Binnen een minuut staat een beste sloot publiek om je heen aanwijzingen te geven. Een man of zes willen wel even helpen duwen om de auto weer van de sluis af te krijgen. De olie gutst onder de wagen vandaan. Dan bel je -terwijl de hele meute gniffelend meeluistert- met de leasemaatschappij en meldt dat je wat dom bezig bent geweest. Waarna een takelwagen na een half uur met zwaailicht arriveert, waardoor er nog meer mensen komen kijken. Ondertussen heb je dan ook de brandweer gebeld, want die olie moet toch weer van het wegdek worden verwijderd. Die komt met loeiende sirene en zwaailicht aanrijden alsof de grootste brand is uitgebroken. Waardoor er nog meer buurtbewoners komen kijken. Na enige heen en weer gepraat heb je je zaakjes met de brandweer en de takelwagen geregeld, waarna je je enigszins terugtrekt en geinteresseerd gaat toekijken. Alsof je er niet bij hoort, want je staat dus echt ongelooflijk voor lul. Helpt niets: ze hebben allemaal feilloos door dat jij degene bent die hen deze leuke doorbraak van de Psassleur bezorgt. Je bent dan ook bijzonder blij wanneer je in de takelwagen het podium mag verlaten. Hoe dat nou kan? Gewoon: niet gezien. Zitten apegapen naar wat anders (huis te koop, een oogtrekkertje) en met een stads gangetje de bocht genomen. En toen zat-ie vast, in een klap. Overigens: de bussluis op de foto is niet de bussluis in kwestie. Enige overeenkomst met deze bussluis en die waarin mijn auto terecht is gekomen berust louter en alleen op toeval. Die van mij was veel hoger en ook veel dieper.
Ze schuifelt langzaam op me af, achter een rollator. Ze wil me kennelijk wat vragen, dus ik wacht even. “Dag mevrouw”, zegt ze tegen me. Terwijl ik er toch wel als een man uitzie. “Weet U ook waar de brievenbus is?”. De rode brievenbus staat nog geen tien meter verderop, duidelijk zichtbaar. “Ja hoor, daat staat-ie”, zeg ik, terwijl ik naar de rode brievenbus wijs. “Oh ja, nou zie ik ‘m. Dank u wel mevrouw!”, zegt de dame en ze schuifelt verder. Ik kijk nog even of alles goed gaat. Nee, ze gaat de brievenbus voorbij en slaat linksaf een andere straat in. Het zal wel, denk ik nog, en loop verder met de hond. Nog geen tien tellen later komt een verpleegster van het bejaardenhuis zichtbaar ongerust op me af. “Heeft u een mevrouw met een rollator gezien?” Ik leg haar uit wat er zojuist is gebeurd. De verpleegster vertelt me dat de dame in kwestie zo dement is als een deur en eigenlijk helemaal niet op straat kan lopen zonder begeleiding. Ze heeft namelijk werkelijk geen flauw benul waar ze is of waar ze naar toe moet. De verpleegster gaat op een holletje de zijstraat in, waar de dame zojuist om de hoek is verdwenen. Het zal wel goed gekomen zijn, want zo snel was de dame met de rollator niet.

Ik knetter hier nog wel eens tegen wat de tv te bieden heeft. Knudde, slappe formats, optimale leegte. Een paar termen, die ik dan gebruik. Zegt laatst iemand tegen me: da’s maar makkelijk, maar kun je zelf dan wel wat bedenken? Hmmm… goeie vraag. Heb ik over nagedacht.
Ik zoek dus iets wat een doelgroep mensen boeit, wat niet al te zeer voor de hand ligt, waarvan of waardoor je omkijkt als het aan je voorbij trekt, waarvan er niet te veel (meer) zijn, waar misschien wat nostalgisch aan kleeft dus iets wat in feite al voorbij is, maar toch nog bestaat. Plus nog een beetje humor: een glimlach is al voldoende. Zoiets. Over dit soort definities wordt in Hilversum wekenlang vergaderd. Ik kladder deze in drie minuten uit het toetsenbord. Mag ik ff vangen? Nu nog een onderwerp dat hierbij past.
Het wordt me vanmiddag in de schoot geworpen. Als je maar uit je doppen kijkt liggen de ideetjes voor het oprapen op straat. Kost niks. Ik rij door het dorp, en zie op de oprit van een woning een originele Trabant staan. Zo’n Trabi rammelkast uit de voormalige DDR, grauw kleurtje, onooglijk en toch komisch, valt op. Een beetje een troetelauto. Je kijkt om, hebt er meteen onbestemde gevoelens bij, en je glimlacht over zoveel technisch onbenul. Voila: formatje gevonden: Trabi-TV.
Kun je veel in kwijt. De historie, waar gemaakt, hoe gebruikt en misbruikt, hoeveel zijn er nog. Er moeten er nog zeker een paar duizend rondrijden. De eigenaren daarvan hebben vast een schroefje los, want een normaal mens rijdt niet in een Trabi. Levert dus vast en zeker tientallen leuke interviews op. Trabi’s die zijn omgebouwd tot van alles en nog wat. Kippenhok, patatkraampje, mini-camper, golfkarretje, weet ik veel. Hoppa, weer een paar afleveringen. Per Trabi van Moskou naar Berlijn. Ook leuk. Mijn Eerste Trabi: leuke aanvulling op Barbi, zit geld in. Even met Mattel bellen voor een ActionTrabi. Trabi goes to Bagdad, ook wel aardig: een Trabi in Amerikaanse legerkleuren. Afijn, U voelt het wel: even de hersenen laten werken en er komt wel wat op gang. Mocht iemand trouwens op het gore idee komen dit format te jatten en te gelde te maken: het is inmiddels geregistreerd en gedeponeerd, dus doe geen moeite.

Het genialiteitsgevoel, dat mij de afgelopen twee dagen zo in Himmelhochjauchende Stimmung bracht aangaande de webserver, is zienderogen aan het afnemen. Naarmate ik driftiger probeer handige functies in die webserver te proppen gaat het steeds meer grofstoffelijk mis. Wat ik wil? Gewoon, dat alle documenten in die webserver worden geindexeerd. Zodat ik snel op trefwoord informatie kan terugvinden. Ik heb websites vol programma’s hiervoor gevonden. Met ASP, PHP, Perl, wat niet al. Ik heb er zo eens een paar gedownload die me wel wat leken. En dan begint de ellende pas goed. Ik moet Java compilen. Wat is dat? Hoe moet dat? Nergens te vinden. Ik moet serverextensies installeren. Waar kan ik die vinden? Geen idee. Ook nergens terug te vinden in de lullige tekstbestandjes, die als documentatie moeten doorgaan. Ja, staat er dan op zo’n website: wanneer u dit heeft geinstalleerd zijn al uw zorgen over. Fout. Er moet staan: wanneer u dit geinstalleerd krijgt bent u een hele Piet. Waarom nou niet ergens een schone installer staat, die de zaak gewoon even installeert en meteen draaiende maakt. Zonder verdere flauwe kul van bestandjes configureren en compiling doen. Zo’n schone installer is dus nergens te vinden, tenminste niet op de naar schatting twintig website die ik vanvond heb doorgeworsteld. Leuk hoor, dat open source gedoe. Kost niks. Maar je hebt ook niks.
Het wordt nog wel eens wat tussen programmeren en PB. Vanavond is het me gelukt om de Tomcat Java-engine aan de praat te krijgen in mijn Apache webserver. Nu staat niet alleen de wereld van PHP, maar ook die van Java via mijn webserver open. De volgende stap is nu om alle documentatie, die ik in de loop der jaren heb verzameld over audiobewerking, te indexeren. Zodat ik gemakkelijk in al die documentatie kan zoeken naar trefwoorden. Nu dus op zoek naar een goeie indexer en searcher. En wanneer me dat ook nog lukt…. ik zal het woord geniaal in dit verband niet meer gebruiken. Hoger dan dinsdag kan ik niet meer stijgen: er zit hier al een frisse deuk in het plafond. Rest nu alleen nog de enorme smak naar beneden wanneer uiteindelijk toch alles mislukt
.

Kent U ‘m? Nog? Chriet Titulaer. De man die in de jaren ’60 en ’70 de techniek op begrijpelijke wijze voor de onwetenden ontsloot in een charmant Belgisch accent. De foto is van 1969, toen hij samen met Henk Terlingen (“Apollo Henkie”), links, de eerste landing op de maan live versloeg op televisie. Let even op het prachtige amateuristische decor. Toen was televisie maken nog echt televisie maken. Tegenwoordig is het formatjes kopieren. Maar dat terzijde. Morgen ontmoet Chriet Titulaer een opmerkelijk mens: PB junior. In het kader van zijn grafische studie digitale vormgeving werkt hij met een ploegje mede-studenten aan een opdracht “Het huis van de Toekomst”. En dan is Chriet natuurlijk een uitstekende bron. Zo wordt mijn technisch baken van weleer die van de toekomst voor mijn zoon. Wel apart, wanneer je er goed over nadenkt.
Dat Amerikanen chauvinistisch zijn tot aan de hemel aan toe weten we. Dat ze patriotistisch zijn tot in hun navel weten we ook. En dat ze er vervolgens op alle mogelijke manieren een slaatje uit proberen te slaan weten we ook. Maar dit slaat mijns inziens toch echt alles.

Het wordt een beetje beschamend. Geef ik direct toe. Maar vanavond ben ik zo mogelijk nog trotser op mezelf dan gisteravond, toen ik al behoorlijk uit mijn ego-dak ging. Want wat is er gebeurd? Ik heb ‘t nu ook voor elkaar gekregen om een Apache webserver onder Windows aan de praat te krijgen. Ik, een totale Mac-idolaat en derhalve bepaald niet vetrouwd met code klopperij, die een tamelijk ingewikkeld gefrummel met codelijnen en commando’s onder Windows zomaar voor elkaar krijg. Het is werkelijk een klein wondertje. De vreugdekreet was dan ook ietwat aan de luide kant, waarop mijn huisgenoten bezorgd naar boven riepen of alles wel goed met mij gaat. Toen ik luidkeels riep “Geniaal!” wist de goegemeente beneden al weer hoe laat het was, en onthield zich van verder commentaar. Men schat daar beneden mijn genialiteit aangaande computers aanmerkelijk lager in dan ikzelf. Zeker onze zoon is daar zeer stellig in. Niet in de laatste plaats omdat ik het maar niet voor elkaar krijg om een Shockwave-filmpje te maken. Daar frummel ik nu al een tijdje op, maar ik krijg die figuurtjes maar niet waar ik ze hebben wil. Terwijl zoonlief inmiddels de meest kranzinnige en fraai ogende websites in Flash in elkaar steekt. Ik ben volgens hem in het WP 5.1 tijdperk blijven hangen. Dat bomt nix, laat maar kletsen: ik kan een Apache webser installeren. Hoewel het schaamrood me nu een weinig naar de kaken stijgt benoem ik mijzelve -louter alleen in dit verband- tot super-geniaal!
En ik doe er nog een schepje bovenop. Zojuist heb ik PHP geinstalleerd in mijn Apache webserver. Daar schijn ik allemaal leuke dingen mee te kunnen doen. Wat dan? Geen flauw idee. Maar ook daar kom ik nog wel achter. Ik leun van pure trots nu zo ver achterover in mijn pjoeterstoel dat ik zodadelijk achterover sla…

Het moge redelijk tot behoorlijk onbescheiden zijn, maar desondanks beschouw ik mijzelve sinds hedenavond 22:30 uur als geniaal. Ik bedoel: ik, als digitaal ongeletterde, heb dus wel mooi hedenavond een Apache webserver geinstalleerd en draaiende gekregen. Onder OS X, wat in feite dus gewoon Unix is met een mooie shell eromheen. Alles werkt, niets weigert, ik kan overal bij, niets wordt voor me verborgen vanwege “no permission for access” of zoiets. Alle documents van de oude naar de nieuwe webserver overgezet. Permissies aangepast. Een paar links naar de nieuwe help-bestanden aangepast. En zowaar: alles werkt gewoon weer. Met een fors gevoel van tevredenheid leun ik nu achterover in mijn pjoeterstoel. Jullie mogen me voor mijn part allemaal een super verwaande kwast vinden, maar ik ben apetrots op mezelf.

Vanavond ben ik op oorlogspad. Ik voer hevige strijd met een Apache. Versie 2.0.45 onder OS X wel te verstaan. De oude webserver doet het wel goed, maar mist nog het een en ander. Wat versie 2.0.45 wel te bieden heeft, volgens Apache.org. En dus vecht ik mij vanavond een weg door confguratiebestanden waar ik werkelijk geen jota van begrijp. Ik tik alles maar gewoon domweg over uit de installatiehandleiding. In de hoop dat onze website het straks nog steeds doet. Geen tijd voor normale tekst vanavond, ik ben op code-oorlogspad.

Ademloos was ik. Zo beklemmend. Ik stond aan de oostkant van de Muur in Berlijn en keek naar het vrije westen. De neonlichten, de reklames. Met achter me het donkere Oost-Berlijn. Zonder neon, zonder reklames, met oude rammelende trams met zwakke peertjes erin als verlichting. Met kapotgeschoten huizen in straten waar ik eigenlijk niet mocht lopen. Met het graf van de Onbekende Soldaat, waar je niet mocht fotograferen, maar wat ik stiekum door een WC-raampje uit stil protest toch heb gedaan. De stank van bruinkool. Dat vrije westen, waar ik niet naar toe kon als ik dat wilde, gloeide als een warme belofte over de Muur. Ik mocht er niet naar toe. Tenminste, die dag niet. Want als je eenmaal een tweedaags visum had kon je pas de volgende dag terug, wat er ook gebeurde. DDR, Oost-Berlijn, 1969. Ik heb me daarna nooit meer zo gekooid gevoeld. De herinnering aan dat gevoel kwam vanavond weer op. De VPRO had een reportage over de tunnelgravers. Ik zag weer plaatsen aan de oost-kant waar ik toen heb gestaan. Twee dagen later stond ik weer aan de westkant. Bij de Friedrichstrasse, op de foto. Deze foto is genomen in 1965, ik was er 4 jaar later. Het was er nog net zoals op de foto. Dezelfde beklemming, die gebleven is. Dezelfde beklemming die er voor zorgt dat ik direct in opstand kom wanneer mensen proberen mij in mijn vrijheid te beknotten. Dan raak ik in ademnood. Dan zeg ik wel eens: “Jij hebt zeker nooit achter de Muur gestaan?” Meestal begrijpen ze me niet, en dat laat ik dan maar zo. Ademnood door beklemming laat zich niet eenvoudig uitleggen.
Zo lekker. In de tuin zitten. In het zonnetje. Lekker dommelen. Koppie thee erbij. Lekkere broodjes eten. Geen gezanik of verplichtingen. Geen computers. Geen studiogedoe. Geen Juffrouw Jannie. Morgen wordt het nog lekkerder. Alleen heb ik dan weer bakken vol gezanik, verplichtingen, gezeur, telefoontjes, mailtjes, computers, projectleiders, managers, relaties, plannen van aanpak, flowbeschrijvingen. Morgen zit ik weer aan de verkeerde kant van het glas. Da’s minder lekker.
Wat via de kabel aan TV-ellende tot me komt begint me steeds meer te irriteren. De ledigheid ten top, enkele uitzonderingen daargelaten. Met Yorin voorop, en de rest er niet ver achteraan. Veel gezwets, veel gehijg en gegil, zeer veel dommigheid, veel politiegedoe (de modepolitie noem ik maar even als wanstaltig voorbeeld: wat denken die lui nou eigenlijk?), en ook veel politievideogedoe (de ene achterlijke achtervolging na de andere, voornamelijk gefilmd in de USA). Zijn er dan wel alternatieven? Jazeker, U moet ze alleen wel even weten te vinden. Steeds vaker zoek ik digitaal vertier bij satellietzenders van over de hele wereld. Daarvoor heeft U wel een snellere internetverbinding en een beetje knappe PC met goeie grafische kaart nodig: met een modem en zonder een grafisch snelle kaart wordt het horten en stoten, of helemaal niets. Via die website kunt U ik-weet-niet-hoeveel satellietzenders in Uw PC halen, met vaak goeie speelfilms. Er zit ook wel braggel tussen natuurlijk, en heel wat zenders die U en ik niet zullen verstaan. Ik bedoel: de nieuwslezer van Lybie brabbelt een mij volstrekt onverstaanbaar taaltje. Die slaan we dus gewoon over. Er blijft echter meer dan genoeg over: het zal U verbazen hoeveel van die nieuwszenders ook in het engels uitstralen, en dat verstaan we gelukkig wel. Gisteravond heb ik naar een van de eerste James Bond-films zitten kijken. Op een TV-zender uit Indonesie. Engelstalig, met Indonesische ondertiteling, dus dat ging prime-de-luxe. Lekker glaaje wijn erbij, in de lederen PC-stoel onderuit, studiokoptelefoon op, geluid in de mengtafel een beetje bijpoetsen, en genieten maar. En het allermooiste: geen reklame-onderbrekingen. Fantastisch! Probeer maar eens uit: U komt voor aardige verrassingen te staan.

Het afketsen van de formatie tussen CDA en PvdA heeft wel een voordeel. Ik hoef de koppen van de twee voormannen B&B tenminste niet meer samen of kort achter elkaar te zien in het Journaal. Dat scheelt werkelijk een enorme berg ergernis per dag. Alhoewel: soms is het wel aardig om te zien hoe onze MP door de media wordt klemgezet. Mwah… bij uit de hand lopende ergernis kan ik altijd nog hier een lachbui of een glimlach halen.
“Ik ben vanmorgen vroeg aangereden”, zegt mijn collega uit Helmond. Volkomen onbewogen, alsof hij zegt dat het wel lekker weer is. Ik snap dat niet en kijk hem onderzoekend aan. “Is alles dan wel goed me je?”, vraag ik nog. “Nou, zo erg is dat nou ook weer niet. Gebeurt wel vaker”, zegt mijn collega uit Helmond met een glimlach. “Die is niet helemaal lekker door de klap”, zeg ik even later tegen een andere collega die erbij stond. “Hoe bedoel je, klap?”, zegt deze tweede collega. “Nou, hij heeft vanmorgen een ongeluk gehad, want hij is aangereden zegt-ie. En dat schijnt hem helemaal niks te doen. Vind ik toch wel vreemd”, zeg ik. “Ongeluk?”, zegt de tweede collega, ook al afkomstig uit Brabant: “Hij heeft helemaal geen ongeluk gehad. Hoe kom je daar dan bij?” “Nou”, zeg ik, “Hij staat me net te vertellen dat hij vanmorgen vroeg is aangereden”. “Oh”, zegt de tweede collega. “Niks aan de hand. Da’s Brabants. Dat betekent dat hij vroeg is weggereden. Bij ons rijdt je niet weg, maar rijdt je aan, als je wegrijdt. Begrijp je?”. Ik begrijp het. Raar volk, die Brabanders, met een raar taaltje. Jazeker, da’is…

Het is nu rond 02:00 uur en de dames zijn weer veilig thuis. Ik kan U bij deze melden dat ze dikke pret hebben gehad. Voordat U zich mocht vergissen vanwege het lange haar: de meest rechtse persoon op de foto is niet mijn dochter. Die staat er (gelukkig) naast. Dit lijkt me trouwens een bijzonder geschikt kado voor Juffrouw Jannie. Zij is binnenkort 12,5 jaar aan de zaak. Ik hoor haar nu al gillen…

Wel verdikke, nu sta ik op de foto. Ongevraagd. Dat wil ik helemaal niet. Ik wil niet dat ze weten waar ik ben. Ik maak zelf wel uit waar ik ga of sta, en dat ik dan niet aan anderen wil laten weten waar ik op dat moment ben is mijn zaak. Daar hebben ze niets mee te maken. En ik reed beslist niet te hard. OK, wel wat harder dan mag, maar niet echt veel te hard. Het zal zo’n kilometertje of 40 zijn geweest. Da’s toch niks? Daar laat je die camera toch niet voor werken? Als ik nou met 200 voorbij zou jakkeren….OK, kan ik me best wat bij voorstellen. Dat soort wegdwazen moet je direct van de straat plukken en rijbewijs plus auto afnemen. Die zijn niet goed bij hun snotje, en zullen dat zeer waarschijnlijk ook nooit worden. Veelal te weinig hersens voor aanwezig, bij dat soort types. Maar 110 waar je 70 mag: onzinnig gedoe. En als er nou nog iets speciaals was: wegwerk of zo, of een ongeluk. Of overstekende wilde zwijnen, die je niet op je motorkap moet hebben want dat geeft fikse deuken. Nee hoor, helemaal niets. Gewoon immer gerade aus rijden, niks aan het snotje. En dan toch via die camera vastleggen dat ik daar ben. Ben ik ernstig op tegen. Kost me nog geld ook. Bah, wat een kloteland leven we toch in eigenlijk. En wat het nog erger maakt: het was in Brabant. Volgens mij nemen ze wraak voor het stukje over de N50 van eerder deze week. Ik heb een idee: ik bind er een touw om en trek dat ding omver, net als met dat beeld van Saddam. Wedden dat er mensen bij zullen staan te juichen?
Zo. Juffrouw Jannie kan losbranden. Ik heb voor haar een foto gedigitaliseerd en wat opgepoetst. Ze staat er mooi gekleurd op. Nu maar hopen dat onze koffiejuffrouw zich een beetje weet te gedragen, want ik kan U verhalen vertellen…
Onze dochter is vanavond naar de …. Een kadootje van haar vriendinnen, omdat ze 18 is geworden. We zijn hier ten huize PB bijzonder benieuwd naar haar reactie straks als ze thuis komt. Wij wisten al weken lang wat er zou gaan gebeuren vandaag, maar moesten dat uiteraard angstvallig stil houden. Dat is gelukt: ze heeft werkelijk geen flauw idee wat haar vanavond te wachten staat. Gniffel, gniffel…
O jee…. Juffrouw Jannie is ten strijde getrokken. Zonder foto nog wel. Ze is knap pissig, zo te lezen. Dat belooft nog gezellig te worden. En ik heb haar nog zo gewaarschuwd…
Juffrouw Jannie heeft vanavond per email laten weten dat ze weer gaat tikken in haar weblog. In haar weblog staat dat inmiddels ook aangekondigd, dus dat mailtje had ze zich kunnen besparen. Maar goed. Eerst wil ze echter de leukste foto van haarzelf opzoeken, voor in het weblog (of is het nou de weblog). Ik heb haar teruggemaild dat ik alles prima vind, zolang de koffie maar blijft stromen. Van de Jonge Journaliste Marjanne hebben we trouwens na de scheldkannonade van Juffrouw Jannie over de spelfoutcorrectie tot op heden niets meer vernomen. Het is te hopen dat deze clash tussen horeca en (aanstormende) journalistiek geen ernstige gevolgen zal hebben. Journalisten mogen namelijk graag naar de horeca, en omgekeerd staat de horeca over het algemeen met open armen klaar wanneer de pers aan komt strompelen. Dat betekent per definitie hoge omzet… Hoewel ik de laatste tijd in journalistieke kringen steeds meer zojuist afgestudeerden tegenkom die de edele kunst van het stramzuipen niet beheersen. Dat is een zorgwekkende ontwikkeling. Niet alleen voor de horeca, maar ook voor het journalistieke vak. Immers: juist tijdens het stramzuipen komt de meest interessante informatie los. U dacht toch niet dat het journaille voor het plezier staat te tetteren?

Vandaag heb ik hoogstwaarschijnlijk een ultieme natte droom waargenomen. Was op weg vanuit Tilburg naar de thuisbasis. Voorbij Den Bosch krijg je dan de N50, met al die verkeerslichten. Menig automobilist kent die rampweg ongetwijfeld. Langs de opperbunker van Van der Valk. Het Autotron. Een paar louche autohandelaren met meestal zeer foute Mercedessen onder een woud van ook al heel verkeerde vlaggetjes. En een stuk of wat ooit eerbare arbeiderswoningen, thans in gebruik als minder eerbaar relaxfort. En die verkeerslichten: dat duurt en dat duurt en dat duurt. Want die verrekte verkeerslichten staan meer op rood dan op groen. Dat hebben de lokale verkeersdeskundigen zo gerelegd om al die Brabantse lokalo’s de oversteek over de N50 mogelijk te maken. Van durp A naar durp B. En als ze daar dan maar bleven zou dat nog de helft schelen. Maar nee hoor: even later moeten ze allemaal ook weer terug. Schiet niet op.
Dat niet opschieten heeft ook een (klein) voordeel. Terwijl je voor de verkeerslichten wacht totdat je naar het volgende rode verkeerslicht mag opkruipen, zie je nog wel eens wat grappigs aan je geestesoog voorbij trekken. Aan Brabants lokale folklore, dat van de ene helft van Brabant naar de andere oversteekt. En even later dus weer omgekeerd. Ik kan er niks aan doen: dat is vaak lachen geblazen. Humor op z’n Brabants. Een beetje dom, net zoals met Belgen. Maar dan een graadje erger, want het betreft wel Nederlanders. Brabo’s, zo gezegd, nog net niet zo erg als Limbabwanen. Maar dit terzijde.
Een paar weken geleden zag ik hoe een traktor met -ik schat in- tien of twaalf oude koelkasten op zo’n enkelassige aanhangwagen de N50 overstak. Met een noodvaartje, want je weet als Brabander natuurlijk nooit wanneer de niet-regionale horde op de N50 weer gas geeft. De lading schommelde vervaarlijk heen en weer, en van twee koelkasten waren de deurtjes inmiddels open en die wapperden driftig open en dicht. Deze lokalo-traktor reed daarenboven qua snelheid iets boven zijn stand. Op de iets verhoogde doorsteek tussen de rijbanen naar Nijmegen en Den Bosch ging het dan ook prompt fout. Drie koelkasten wipten enthousiast omhoog en kwamen met een ferme knal op de rijbaan naar Den Bosch terecht. Waarna een loei van een vrachtwagen met Bulgaars kenteken er dwars overheen reed. De Brabo-lokalo sprong van zijn traktor en begon de Bulgaarse chauffeur uit te schelden (uit boosheid of schrik, dat kon ik niet zo snel zien) met veel zachte G’s en verder onverstaanbaar dialect. Waar de Bulgaar natuurlijk geen woord Frans van kon maken: hij keek een beetje hulpeloos in het rond. Zo van “Wat heb ik nou aan mijn vrachtwagen hangen?” De afloop heb ik niet kunnen waarnemen: het verkeerslicht sprong zowaar eens een keer op groen en ik trok op richting Nijmegen. Ik kon het niet laten en deed snel mijn raampje naar beneden en riep: “He, SufBrabo, volgende keer een elastiekje eromheen doen hoor!” Misschien erg flauw, maar ik heb me drie verkeerde verkeerslichten lang een bult gelachen. Heerlijk.
Vanmiddag was ook leuk. Ik sta bij de verkeerslichten bij het Autotron. Komt daar zo’n 45km-autootje het terrein van Autotron afrijden. Op zich niets bijzonders. Alhoewel: wat moet zo’n vierwielig gemotoriseerd maar rijbewijsloos medemens in het Autotron? Daar staan echt geen 45km-karretjes. Maar OK, moet-ie zelf weten. De bestuurder had er in elk geval veel inspiratie opgedaan. Toen hij mocht oversteken gaf hij vol overgave gas, er kwam een forse blauwe walm uit het kleine uitlaatpijpje, en het karrtje kroop de N50 over naar de overkant. Tijdens deze gewaagde oversteek zag ik dat achter het minieme voorruitje van het eenzitsverhikel een heuse radarverklikker was gemonteerd. Zo’n nieuwe, smalle, verboden snel model. De bestuurder zat voorovergebogen achter het stuur, zoals jongens wel eens op hun brommer doen omdat ze denken dat ze dan harder gaan. Kijk: dat noem ik nu een ultieme natte droom…
En dan ben ik soms bang dat ik nix te melden heb…

Het volgende trieste record wil ik U toch niet onthouden: voor het eerst meer dan 100 junkmails in 1 klap in mijn digitale brievenbus…
Ja hoor, er is weer een knul opgestaan met een slim idee. Denkt-ie. Hebt U zin om beroemd te worden? Meldt U dan aan bij StarSearch. Er hebben zich inmiddels al wel 10 Wannabees ingeschreven.
Vandaag was Juffrouw Jannie er weer. We hebben een goed gesprek gehad. Hoe dat nou verder moet allemaal. Ze heeft me beloofd dat ze niet direct weer aan het knetteren slaat, want zoals ze jonge journaliste Marjanne te lijf ging was niet zo netjes natuurlijk. Hoewel: het was wel een beetje zeuren geblazen van die jonge typiste, over die typefout. Maar goed: moet kunnen. Juffrouw Jannie zoekt nu een leuke foto van haarzelf, voor in de weblog. Want de ingestraalde kiek van eerder deze week is toch wat aan de vage kant. Vindt ze zelf ook wel. Verder heb ik vanmiddag vernomen dat mijn muziekje 23 inderdaad in Bagdad uit de speakertjes van een Apple portable heeft geklonken gisteravond, en dat de familie daar het heel mooi vond. Was weer eens wat anders dan die eeuwige propagandamuziek over Saddam. In dat licht bezien was dat dus snel gescoord, denk ik. En verder heb ik momenteel bijzonder weinig tot niets te melden, dus zet ik er weer een punt achter. Met een oproep aan eenieder om mij eens te verklaren waarom dat stomme tellertje het niet doet, terwijl ik gewoon de juiste code op de juiste plek heb staan. Duistere krachten? Of doe ik gewoon iets heel doms verkeerd? Zal dat laatste wel weer zijn. Code en Mac-gebruiker zijn gaan nog steeds niet samen. Oh ja: nog een leuke website ontdekt: XVSXP, over de eeuwige oorlog tussen Windoos en Mac. Genieten geblazen!
Een grappige brokkenmaker, die Iraakse minister van informatie. Leg ‘m zelf wat in de mond.
TwentyThree, vers uit de audiopers. Als alles goed is gegaan klinkt 23 nu uit de Apple laptop van mijn oud-collega in een woning in een buitenwijk van Bagdad. Ik heb ‘m het mp3-tje toegezonden per email, dat hij weer via zijn satelliettelefoon ergens vandaan plukt, en dan in zijn Apple-tje stopt. Gek idee eigenlijk, dat mijn muziekje nu een paar duizend kilometer verderop midden in een oorlog uit twee laptop-speakertjes komt…
De telefoon gaat. Ook nu weer een vreemd telefoontje, maar dan uit een geheel andere wereld dan die van Juffrouw Jannie. Het is de oud-collega die ik jaarlijks op een vakbeurs spreek. Ik schreef daar op 25-03 al over: toen belde hij ook al. Toen zat-ie op een tank in een zandstorm, ergens halverwege Irak. Nu zit-ie in Bagdad. In een buitenwijk. Bij wildvreemde Irakezen thuis, thee te drinken. Of ik de wereld via mijn weblog even wil meedelen dat de Irakezen, die hij hier ontmoet, supervriendelijk en gastvrij zijn. Ook al hebben de Amerikanen een paar gaten in hun huis geschoten. Ze zijn veel te blij dat ze van Saddam worden verlost: die gaten smeren ze wel weer dicht. De gaten, die Saddam heeft veroorzaakt, helen veel moeilijker. Ik zeg hem toch nog wel voorzichtig te doen, want niet alle Irakezen zijn zo aardig. “I know, don’t worry”, zegt-ie. “Bye bye”. De verbinding wordt verbroken.

Heeft U al een Pim-vlag gekocht?
Ben zojuist terug van een lange wandeling. Door het bos. Met Juffrouw Jannie. Ze kwam me tegemoet. Op het bospad. Ze keek een beetje boos, maar ook verdrietig. Ze wil verder. Ik heb haar tot leven gewekt, en ook weer weggedaan. Dat laatste wil ze niet. Ze wil gezellig ruzie blijven maken met me. Ze wil genieten van elke 1.000-ste klik in dit weblog. Ze wil lekker kunnen zeuren tegen iedereen op Internet. Ze smeekt me om door te gaan met Juffrouw Jannie, om haar niet aan de kant te zetten. Het is het beste wat haar ooit overkomen is, zegt ze. Juffrouw Jannie is te echt geworden, en ze wil dat blijven. In haar koffiekeukentje, waar ze -zo legt ze me uit- zo zielsgelukkig is. Bij al die muzikanten. Waar ze mijn geweten kan zijn. Waar ze zich 1 kan voelen met ons webloggers.
Ik kijk Juffrouw Jannie aan, kijk dwars door haar heen. Letterlijk, en figuurlijk. Ik zie mijn Juffrouw Jannie, waar ik (ik beken) een beetje van ben gaan houden. Zal ik er over nadenken, vraagt ze? Ja, ik zal er over nadenken, zeg ik, en ik draai me om. Juffrouw Jannie verdwijnt weer naar waar ze vandaan kwam, en ik wandel het bos uit. Blindelings, want het is inmiddels aardedonker. Ik ken gelukkig de weg. Nog voordat ik de bosrand ben gepasseerd (of eigenlijk ver daarvoor al) weet ik het al: ik was te snel. Ik was te snel met het afserveren van Juffrouw Jannie. Ik kan al niet meer zonder mijn verzonnen heldin, ze is al een stukje van mezelf geworden. Stukjes, die ik in het dagelijks leven niet kan zijn, maar hier wel. Dankzij Juffrouw Jannie.
Als ik in de auto de weg naar het dorp afrijdt staat Juffrouw Jannie naast de bank in de bocht op de heuvelrand, van waaruit je zo’n mooi uitzicht hebt over de wijde omgeving. Ze zwaait naar me en lacht. Op de houten tafel naast de bank staat een dienblad. Met een kan dampende koffie. Ik toeter en zwaai terug. Ik voel me ontroerd, heb tranen in mijn ogen. Omdat ze er nog is. Nu heb ik alleen nog 1 probleem: dit geloven ze thuis nooit…

Zondagochtend, rond elf uur. Een woedend telefoontje. Van Juffrouw Jannie. Waar ik de godsgruwelijke gore lef vandaan haal om te beweren dat ze niet bestaat. Dat ik haar verzonnen heb. En wie anders dan zij elke dag weer mijn koffie zet. En hoe ik het in mijn gore hoofd haal om haar weblog af te sluiten met de mededeling Gesloten. Goddomme, je lijkt wel niet wijs, roept ze er ook nog achteraan. Kloothommel, ook nog.
Verbijsterd luister ik. Ik ben te zeer met stomheid geslagen om wat terug te zeggen. Echt. Mijn hersenspinsels beginnen kennelijk een eigen leven te leiden. Ze bellen me nu ook al op. Dit kan niet waar zijn. Ik leg de hoorn op de haak. Er wordt niet meer gebeld.
Ik zet een rustgevend stuk klassieke muziek op. Nou ja, rustgevend is Brandenburger niet echt, maar wel mooi. Dit kan niet waar zijn. Juffrouw Jannie heb ik verzonnen. Gewoon om lekker met mezelf ruzie te kunnen trappen op Internet. En om lekker anoniem alles en iedereen te kunnen platschelden en afzeuren. En ook een beetje om lief te hebben, want zo is Juffrouw Jannie wel. En nu belt ze mij op, scheldt me verrot, roept dat ik niet goed bij mijn hersens ben, en eist dan ook nog eens op dringende toon dat ze weer tot leven wordt gebracht. En ook nog eens dat ik haar weblog weer activeer, want dat kan ze zelf niet.
Verdomme, houdt dit dan nooit op… Het wordt ernstig tijd voor een lange boswandeling en nadenkwerk. Ik hoop niet dat ze mijn mobiele nummer ook al te pakken heeft…
Stop. Ik stop ermee. Dit keer echt. PB Doet Mee en Juffrouw Jannie nemen zo veel tijd in beslag, dat er van muziek niets meer terecht komt. Al tijden lang niet meer. En van veel andere dingen komt ook niets meer. Avond aan avond tik ik hier, verzin ik hier, reageer ik hier. Ik druk wel toetsen in, maar de verkeerde. De toetsen waar lettertjes uit komen. De toetsen waar muzieknoten uit komen zitten letterlijk onder het stof. Dat kan zo niet langer. Want zonder muziek kan ik niet. Wel zonder Juffrouw Jannie. Want Juffrouw Jannie bestaat niet. Haar koffiekeukentje ook niet. Onze ruzies al evenmin. Ze was leuk om te scheppen, maar ze sterft nu weer een snelle dood. De weblog van Juffrouw Jannie is inmiddels verwijderd. PB Doet Mee laat ik nog even staan, maar kieper ik binnenkort ook in de bittenbak. Zodat ik ook niet meer in de verleiding kom om -net als in december vorig jaar- toch weer te beginnen. Dag allemaal, dank voor jullie vaak leuke en originele reacties. PB Doet Echt Niet Meer Mee.
Het eind is nu echt zoek, mensen. We hadden al Wehkamp TV. Nu hebben we ook V&D TV. Over een familie die in een V&D warenhuis woont. Knap verzonnen hoor! En vanmiddag kwam ik toevallig Vissen-TV tegen. Alles over hengelen, vanuit dertig camerastandjes gefilmd. Haakje boven water, haakje onder water, dobbertjes in alle soorten, kleuren en maten. Hoe krijgen ze het voor de lens. En Camping-TV bestaat inmiddels ook al. Vanavond zagen we de doorsnee vaderlandse truttigheid op vakantie: ene tante Griet en ome Joop op een camping met hun Tabbard valgordijntjes hoerendoos op wielen. Ome Joop was door de regie gebombardeerd tot campingkok, want er moet natuurlijk wel gekookt worden. Dat hadden we nog niet gezien in een programma. Hij stond op een dusdanige manier lullig te wezen met een papieren kotsmuts (geen tikfout) op zijn burgertruttenhoofd, dat ik spontaan last kreeg van plaatsvervangende schaamte. Werkelijk waar, zo verkrampt erg. Laten we wel wezen, mensen. In dit land wil toch geen enkele normaal denkende vluchteling asiel hebben? Wanneer ze dit soort ellende voorgeschoteld krijgen trekken ze allemaal spontaan hun asielaanvraag weer in. Godsamme zeg, dit soort programma’s is werkelijk de oubolligheid ten top. Waar worden al die regisseurs en programmamakers eigenlijk opgeleid? Een tv-academie of zo? Kan iemand daar dan per direct de financiering en/of subsidiering van intrekken? Godallemachig…
Ik geef het op. Tenminste voor dit moment. Alles staat OK, maar dat tellertje vertikt het gewoon. Zal wel weer een Windoos-doos zijn die hierachter zit…
Het is een heel gevecht om de reaksiedoos weer aan de praat te krijgen. Ik knip en plak het script keurig netjes volgens het boekje, maar tellen doet-ie niet. Zucht….
Aangezien je zo af en toe van kleur moet veranderen heb ik vanavond de stofkam maar eens door de Blogger-template gehaald en er een blauwe boel van gemaakt. Is weer eens wat anders. Eigenlijk ook omdat Juffrouw Jannie dezelfde kleur rood in haar weblog heeft gestopt, en wij toch wel enige afstand willen bewaren. Zodoende.
Tijd voor een klein experimentje. Dit is oranje tekst, zoals U ziet. Dit daarentegen is rode tekst. Ziet u wel? Of toch niet? Is die eerste gekleurde tekst nou echt oranje? Zeker weten? Nou, da’s dus mooi niet zo. De eerste gekleurde tekst is net zo rood als de tweede gekleurde tekst. Alleen omdat er “oranje” staat interpreteert U die tekst ook kritiekloos als oranje. En zo wordt U lekker om de tuin geleid. Ditzelfde principe wordt door voorlichters toegepast om U die boodschap te laten begrijpen waarvan zij vinden dat U die moet begrijpen. We zien dit momenteel elke dag op TV rondom de oorlog in Irak. Toch? Niet? Moet U toch even beter opletten.
Ja hoor, het is weer zover. Onze koffiejuffrouw Jannie zit nog geen twee dagen op internet met een weblog, of ze is al weer ruzie aan het trappen. Foute boel. We hadden hier in de studio ook niet anders verwacht, want wij kennen haar al wat langer dan vandaag. Ze veegt de vloer aan met Marjanne, een opkomend journaliste die dacht haar even ongestraft op een tikfoutje te kunnen wijzen. Nou, beste mensen, dan moet je niet bij Juffrouw Jannie wezen. Wanneer wij het hier wel eens wagen om te beweren dat ze vergeten is suiker in de koffie te doen zijn de rapen gaar. Want dat kan namelijk helemaal niet: ze vergeet nooit wat. Ook al proeven we overduidelijk, dat er toch echt geen suiker in de koffie zit: het klopt toch echt niet wat we durven te beweren. “Jullie smaakpupillen zijn over de toeren van al dat gesuip”, roept ze dan met overslaande stem. Waarna meestal het deurtje naar de koffiehoek met een beste knal in de sponningen wordt vastgezet. Dat die deur er nog steeds in zit is een godswonder. Dus, Marjanne, mocht je dit lezen: als je toekomstige leven en journalistieke carriere je lief is: bemoei je niet met de spelfouten van Juffrouw Jannie. Ze kent heeeeeeel veel koffiejuffrouwen, en zal je nog lang via hen het leven zuur kunnen maken, ongeacht het medium met bijbehorende kantine waar je terecht komt. Juffrouw Jannie zal je weten te vinden, tot het bittere eind.
Juffrouw Jannie stapt vanochtend mijn kantoortje binnen. Ze kijkt me dringend aan en zegt: “Ik wil werktijdverkorting”. Pardon? Normaal gesproken is het de werkgever die artbeidstijdverkorting aanvraagt. Meestal wanneer het niet zo best gaat met de winkel. Maar een werknemer die verkorting aanvraagt? Nog nooit meegemaakt. Waarom dan wel, vraag ik aan Juffrouw Jannie. “Ik ga mijn weblog commercieel maken, en daar heb ik tijd voor nodig”, zegt ze met een stalen gezicht. Andermaal pardon? Hoezo, commercieel, vraag ik met een verbaasde blik. “Nou”, zegt Jufrouw Jannie: “Ik heb natuurlijk uitermate veel verstand van koffie, en daar ligt een markt open. Ik word de eerste professionele koffie-adviseuze van Nederland”. Zo, zeg ik, dat is nogal wat. En wie denkt Juffrouw Jannie dan wel als betalende klanten aan te trekken? “Ja zeg, bekijk het even”, zegt Juffrouw Jannie. “Ik ga mijn concept hiert natuurlijk niet bloot leggen, want dan gaan jullie er direct mee aan de haal. Want zo zijn jullie studioboys wel. Jullie ruiken een goed conceptje, jatten er lustig op los, en brengen het dan op de markt. Zo zit de hele muziekwereld in elkaar. Vertel mij wat: ik loop hier al heel wat jaartjes rond”. Nou, daar kunnen we het dan mee doen. Juffrouw Jannie wordt bedankt. Ik heb Juffrouw Jannie gezegd dat ik haar verzoek in overweging zal nemen, maar dat ik er weinig in zie. Wat moeten wij dan de rest van de tijd drinken? Koude koffie?
Mijn pjoetertje op het werk doet het weer. Gisteravond of vannacht hebben de helpdeskjongensenofmeisjes er hard aan gewerkt om Windoos 2000 weer aan de praat te krijgen, nadat ondergetekende iets te enthousiast in de weer was gegaan met Partitie Magisch numero 7, o.i.d. (klinkt als Chanel no. 7, maar dan anders). Echter: toen ik hedenochtend de pjoeter weer aan het netwerk prikte, gebeurde er van alles, behalve een netwerk. Paniek! Help! Staat het raam open? Zal ik…. Geen mail, geen backups terughalen, alle correspondentie, rapporten, berekeningen, planningen en plannen onbereikbaar. Kan ik net zo goed naar huis gaan, maar daar wordt ik (nog) niet voor betaald. Dus riep ik “Help”, waarna een paar collega’s me eerst nog even behoorlijk in de zeik namen en vervolgens een flink deel van de dag bezig zijn geweest om PB’s pjoetertje weer met het netwerk te laten kletsen. Want zo zijn ze dan ook wel weer. Het waren dus wel mooi dezelfde twee collega’s, die me gisteren via hun mobiele telefoon ook al straal hadden zitten afzeiken. Dank, heren, dank. En dat afzeiken was volkomen terecht trouwens, want een Apple-veteraan moet NOOIT (ik herhaal NOOIT) met regelsoftware voor Windoos aan de slag gaan. Zeker niet wanneer er kennelijk magische krachten achter schuil gaan. Bij Windoows betekent dat per definitie digitale voodoo, dat bleek wel weer.
Afijn. Na het nodige gerommel met nog weer een andere helpdeskcollega (die overigens midden in de reddingsactie doodleuk ging lunchen, mij in totale verbijstering achterlatend) kwamen de juiste drivers voor het netwerkaanlegstation (mooie vertaling voor docking station) via een ingewikkelde omweg boven water. Op diskettes nog wel. (Hahaha, die antieke dingen hebben we bij de Mac al drie jaar geleden afgeschaft. Maar goed, dit terzijde). Want wat bleek: de helpdesk had de boel geinstalleerd in een oud docking station, terwijl dat een nieuwer type had moeten zijn. En dan ziet Windoos dus dat oude ding en installeert daar domweg de drivers voor. Dat de pjoeter uit een nieuwer type docking station komt kan Windoos niet eens bedenken. Niet te filmen, wat een dom OS… Het Mac OS kan dat namelijk wel: dat vraagt meteen “He, domoor, waar is het juiste docking station? Ik zit hier in een verkeerd type. Even nadenken jongen!”. Kijk, dat is pas een OS. Kom daar bij Windoos maar eens om. Niet dus.
Uiteindelijk moest de driver voor de Ethernetkaart toch nog weer drie keer over worden geinstalleerd, elke keer weer op een andere manier, waarna uiteindelijk dan toch alle documentjes en mail van PB weer tevoorschijn floepten. Hulde! Dat heeft dus drie collega’s urenlang handenvol werk en denken gekost, terwijl een soortgelijke storing op een Apple in geen vloek en wel een zucht (van verlichting) zou zijn opgelost. Zou zijn, want zo’n storing kan op een Apple uberhaupt niet voorkomen: dat lost een Apple namelijk zelf geheel automatisch op. Netwerkje weg? Even zoeken, drivers automatisch weer op de juiste plek zetten, en doorwerken maar weer. Prachtig systeem, dat Mac OS. Want een Apple werkt zoals U inmiddels dankzij dit weblog wel weet immers altijd.
Heren collega’s, dank voor de opbouwende, reparerende geestelijke bijstand en de lesjes in Windoos-nederigheid. Want bij zo veel digitale shit past maar een ding: het hoofd moedeloos laten hangen en berusten, totdat je uit de digitale wielklem wordt gehaald. Door collega’s, die Windoos (naar mijn idee tegen beter weten in) toch nog steeds op waarde willen inschatten. Tot de volgende verstoring! Ik denk dat ik morgen maar eens gezellig met Norton Utilities aan de slag ga. Daar schijnt Windoos altijd beter en sneller van te worden…

Ze flikt het deze keer wel: mede-weblogger Neneh. Bij de 2.000 leverde zij ook al een screenshot aan, maar zat er toen net 2 nummertjes naast. Te laat op de muis gedrukt. Nu bij de 5.000 wel op het moment supreme geklikt. Zou deze dame niets beters te doen hebben dan meedraaien in screenshotmatches? Of leest ze PB Doet Mee intensief. Nu weet ik toevallig dat dit laatste het geval is, anders zou ze nooit het volgende inhoudelijk goed bij dit weblog aansluitende puntdicht (oftewel epigram, inderdaad Neneh) kunnen schrijven:
Dagelijks te lezen “PB Doet Mee”
Schrijft over Apple, IrakieTV
Juffrouw Jannie en de mysterieuze vrouw!
PB, al staan er 5000 schrijf verder, gauw!
Dank, dank, dank voor dit fraaie epigram, dat overigens ook mag worden aangeduid als sneldicht, volgens Van Dale tenminste en die zal wel gelijk hebben. De jury heeft overigens wel enige bedenkingen. In het overwinningsmailtje schrijft Neneh dat ze naar bed wilde toen de teller op 4997 stond, en dat ze geen zin had te wachten totdat de teller op natuurlijke wijze op de 5.000 zou zijn beland. Dus heeft ze een handje geholpen door de pagina een paar keer extra op te roepen totdat de teller wel op 5.000 stond. De jury heeft echter besloten de eretitel toch maar toe te kennen en wel hierom: standvastig lezen en doorklikken wordt beloond. Bovendien is Neneh er toch in geslaagd ondanks verwoede pogingen van PB om dit te voorkomen (het screenshot verraadt mijn aanwezigheid). Feit is dat ik gisteravond 5001 wel weer in beeld kreeg, maar 5000 niet. Dus de winnares is duidelijk, zo luidt het juryrapport dat Juffrouw Jannie inmiddels heeft meegenomen naar huis. Ze vertrouwt de boel niet, laat verder Neneh hartelijk groeten, en heeft aangekondigd dat ze er nog op terug komt.
Zo, we zijn de 5.000 bekijkingen gepasseerd. Toch weer een heuglijk moment, ondanks de toenemende concurrentie door Juffrouw Jannie. We zijn zeer benieuwd wie de screensnapshotcontest deze keer heeft gewonnen. En welk puntdicht er wordt ingezonden. Koooom maar, kom maar, kom maar…
Krijg nou wat. Komt er net weer een mailtje van Juffrouw Jannie. Met de triomfantelijke mededeling, dat haar weblog geopend is. Op http://juffrouwjannie.blogspot.com/. Dit begint nu toch wel serieuze vormen aan te nemen.

Belgen heb ik altijd al een gezellig en koddig volkje gevonden. Ze melden soms leuke dingen. Wanneer wij Nederlanders een serre achter ons huis bouwen beslaat dat ding hooguit een paar vierkante meter. Opdat we in vroeg voorjaar en laat najaar nog lekker warm in het zonneke kunnen zitten, temidden van de kneuterige potplantjes. Wanneer een Belg een serre achter zijn huis bouwt pakt-ie dat wat grootser aan. En wanneer-ie daar vervolgens wat minder voorzichtig in gaat barbecuen gebeurt er dit (de tekst en foto komen van de website van de Mechelse brandweer):
“Bij aankomst stond de hele serre totaal in vuur en vlam en was er een geweldige rookontwikkeling waarneembaar. Er waren reeds een aantal gasflessen ontploft. Om de brand te kunnen bestrijden werd water gepompt uit een oude vijver van een boer. De serre (6.525 vierkante meter) werd volledig vernield.”
Een serre van 6.525 vierkante meter… mooi volk, die Belgen.

Zojuist rolt een emailtje in mijn mailbus. Van Juffrouw Jannie. We wisten hier niet eens dat ze een mailaccount heeft. Er staat: “Kijk maar eens naar het attachment, stelletje kukels!”. Hmmmm, ze kent kennelijk dus ook al echte IT-taal: attachment. Of kukels?. Goed. We kijken: komt bovenstaand logo eruit. Hoe ze dat voor elkaar heeft gebakken moeten we toch even achter zien te komen, want volgens ons kan Juffrouw Jannie alleen de toetsen van het koffie-apparaat bedienen. Wat vindt U er nou van? Van dat logo van Juffrouw Jannie?
Juffrouw Jannie was vanochtend weer gewoon in onze kantine bezig met de koffie. Na een afgemeten “Goedemorgen” verdween ze mokkend in haar domein, maar kwam er een uurtje later toch weer uit. We hebben de boel uitgepraat en ze begrijpt nu ook in welke context ze onze opmerkingen over haar poes moet plaatsen. Ze deelde nog wel een gevoelige klap uit. Ze gaat een eigen weblog beginnen, zo kondigde ze aan, onder de titel www.juffrouwjannie.com. Waarna ze ons het hemd van het lijf vroeg hoe ze dat moest aanpakken. We hebben natuurlijk nix gezegd. Dat ze ons wil gaan beconcurreren moet ze zelf weten, maar we gaan haar dus mooi niet op weg helpen. Voor haar concurrentie zijn we bepaald niet bang trouwens, want Juffrouw Jannie kan nog geen muis van een toetsenbord onderscheiden, dus dat wordt helemaal niks. Hoewel: ze is wel serieus bezig. Ze heeft vanmiddag al een logo getekend, met een poezenkop. En met een subtitel voor haar weblog: In de Bannie van Juffrouw Jannie. Nou ja, we zullen wel zien waar dit toe leidt. Voorlopig hoeven we hier geen oploskoffie meer te drinken, en dat stemt ons tot volle tevredenheid.
Oh ja: vanmiddag nog een computer om zeep geholpen op het werk. Wilde twee partities samenvoegen met een Magisch Pakket versie 7. Dat ging prima de luxe, maar na enige tijd raakte Windows 2000 toch dusdanig de weg kwijt dat het apparaat uiteindelijk bij de helpdesk is afgeleverd en ik een uurtje eerder naar huis kon. Het gerucht deed al snel de ronde, zodat twee vrolijke collega’s (op weg vanuit het verre Zuiden naar de thuisbasis) nog geen half uur later bij mij aan de autotelefoon hingen om me eens lekker op mijn nummer te zetten. OK, no problem, dit keer is het ook dikke schuld eigen bult. Nu maar hopen dat de helpjongensenmeisjes vanavond PB’s pjoetertje weer tot leven kunnen wekken, zodat ik morgenochtend weer normaal aan het werk kan. Ojee, wanneer Juffrouw Jannie dit leest krijg ik er straks ook nog van langs. Want ik heb eerder vandaag tegen haar gezegd dat ze toch geen flikker van computers snapt. En dan breng ik uitgerekend na zo’n uitspraak mijn pjoeter om zeep. Dit gaat me het nodige aan snerende opmerkingen opleveren, ben ik bang. Maar goed, voor een goed bakje koffie zijn we hier bereid een hoop te incasseren. Daarin zijn we bepaald niet voor de poes. Ha!
Zelfs Oma Hendrixen uit Delfzijl, vermoedelijk de oudste lezeres van dit weblog, heeft ons een mailtje gestuurd. Ze nodigde ons op 03-03 uit voor de thee in Delfzijl, maar die uitnodiging is nu weer ingetrokken. Wij mogen van Oma Hendrixen niet de spot drijven met de poes van Juffrouw Jannie. Zij heeft zelf ooit als koffiejuffrouw gewerkt bij een scheepswerf in Delfzijl, schrijft ze, en had het daar ook zwaar te verduren in die mannenwereld. Zij verklaart zich dan ook in ferme taal solidair met Juffrouw Jannie en verklaart de oorlog aan tirannieke studio-eigenaren. OK, U vraagt erom: wij verklaren de oorlog aan alle gepensioneerde koffiejuffrouwen. Daar valt -voor de goede orde- Juffrouw Jannie dus niet onder, want zij is nog niet gepensioneerd. Nog niet…
Doodmoe word ik er van. Ik kan nog niet in onze woonkamer komen of er is weer een programma over baby’s op TV. Bevalling-TV. Dikke Buiken-rubriek. De Bevalling. Het Pre-Natale Bestaan. De Post-Natale Repressie (geen tikfout). Een ware hausse is het. Net als al die kook-, tuin- en woonprogramma’s. Gloeiende, wat een ellende. Ze apen elkaar allemaal na, al die omroepen. De nieuwe apenhausse ontstaat al weer: de wannahave-achtigen. Plastic, leegte, dommigheid, hebzucht, inhoudsloos. Bullshit dus. Ik heb hier al eens eerder gepleit voor het dichtgooien van driekwart van al die overbodige commerciele TV-kanalen. Te beginnen met Yorin, dat werkelijk van een zo onvoorstelbare leegte is dat daar ook echt geen hond meer naar kijkt. Bovendien gaat die zender de irritatiegrens meer dan ver te boven. Tijd voor op zwart dus. Uit het mediapark flikkeren, die handel, schreef ik toen. En dat herhaal ik hier nog maar eens met graagte, en met nadruk. Baby-TV. Bah!
Het is overigens opmerkelijk hoeveel mensen meeleven met het wel en wee van Juffrouw Jannie. Niet zozeer in dit weblog (al bemoeit Neneh zich wel behoorlijk met onze arbeidsrechtelijke verhoudingen, terwijl ze eerst maar eens moet zien om haar kabouters in het gareel te houden: wordt scherp gecontroleerd door Blauwe Puntmuts). Nee, dat gebeurt veel meer via onze mailbus. Er is zelfs al een advies binnengekomen voor Juffrouw Jannie om contact op te nemen met het ARBO-bureau, omdat men uit dit weblog meent te moeten opmaken dat zij hier onder mensonterende omstandigheden haar werkzaamheden moet verrichten. Nou, waarde mailer, ik kan U melden dat zulks beslist meevalt. Juffrouw Jannie heeft hier zelfs een eigen damestoilet, want ze is de enige vrouw in dit bedrijf. We hebben al heel lang geleden een bordje “Directie” op de toiletdeur geschroefd, zodat wildplassende bezoekers niet de euvele moed krijgen om op Jannie’s toiletpot te gaan zitten. Verder heeft ze hier alle recht op het aanrecht, iets waarnaar wij kerels domweg kunnen fluiten. Sterker nog: we mogen er niet eens aan komen, want we bevuilen de boel toch alleen maar, aldus Juffrouw Jannie. Dat ze gelijk heeft bleek vanavond wel tijdens het koffiezetten, zoals U hieronder heeft kunnen waarnemen. In een ander mailtje worden we beschuldigd van tiranniek werkgeversbewind. Gaan we niet eens op in. In de reaksiedoos van dit weblog wordt ons zelfs aangeraden dat we met een kopje koffie en een kattenspeeltje over straat naar Juffrouw Jannie moeten gaan. Ja zeg, doei. We zijn tot veel bereid, maar dat voert toch echt te ver. Juffrouw Jannie rijdt in een auto van de zaak, wat betekent dat ze niet naast de deur woont. De koffie zou toch maar koud arriveren. Trouwens: welke koffiejuffrouw in dit land kan melding maken van het feit dat zij in een auto van de zaak rijdt? Ik denk niet zo veel. Hoezo slechte arbeidsomstandigheden. En verder: ik ga geen speelgoed voor Juffrouw Jannie haar poes aanreiken. Daar zorgt ze maar mooi zelf voor. Meedenkend werkgeversbeleid kan ook te ver gaan en batterijen van de zaak is niet aan de orde.
Zojuist krijg ik uit de studio door dat het daar een zooitje is. Het keukenblok zit vol koffie, want de koffiemachine is overgelopen. Niet de juiste wijze van filtervulling toegepast: er zat zelfs helemaal geen filter in. Meer water dan in de kan past, waardoor de kan overliep, hetgeen men weer niet in de gaten had omdat men te druk was met microfoons. Gevolg: aanrecht en keukenkastje zijn nu bruin in plaats van wit, en het stinkt gigantisch naar oververhitte rubber. Want het elektricitietssnoer is gesmolten, omdat het onder de koffiekan doorliep op het verwarmplaatje. Waardoor de stoppen weer zijn doorgeslagen, de opnamewerkzaamheden voortijdig zijn beeindigd, en het zingende dameskoortje voortijdig op straat is gezet. Want de reservestoppen zijn natuurlijk weer nergens te vinden, en de dames vonden het te eng in het donker (de studio heeft geen buitenramen: dat mag niet van de gemeente). De koffie is nu ook op, want men had zowat het hele pak erin gegooid, er vanuit gaand dat op die wijze een stram bakje zou ontstaan. Uiteindelijk heeft iedereen het pand verlaten, want de stank is niet meer te harden. Dit alles aanhorende heb ik een advies gegeven: per direct Juffrouw Jannie van huis ophalen en de rotzooi laten opruimen. Zij heeft dit alles indirect wel veroorzaakt door thuis te gaan zitten mokken over een foute poezenopmerking. Vrouwen…