Natte droom

Vandaag heb ik hoogstwaarschijnlijk een ultieme natte droom waargenomen. Was op weg vanuit Tilburg naar de thuisbasis. Voorbij Den Bosch krijg je dan de N50, met al die verkeerslichten. Menig automobilist kent die rampweg ongetwijfeld. Langs de opperbunker van Van der Valk. Het Autotron. Een paar louche autohandelaren met meestal zeer foute Mercedessen onder een woud van ook al heel verkeerde vlaggetjes. En een stuk of wat ooit eerbare arbeiderswoningen, thans in gebruik als minder eerbaar relaxfort. En die verkeerslichten: dat duurt en dat duurt en dat duurt. Want die verrekte verkeerslichten staan meer op rood dan op groen. Dat hebben de lokale verkeersdeskundigen zo gerelegd om al die Brabantse lokalo’s de oversteek over de N50 mogelijk te maken. Van durp A naar durp B. En als ze daar dan maar bleven zou dat nog de helft schelen. Maar nee hoor: even later moeten ze allemaal ook weer terug. Schiet niet op.
Dat niet opschieten heeft ook een (klein) voordeel. Terwijl je voor de verkeerslichten wacht totdat je naar het volgende rode verkeerslicht mag opkruipen, zie je nog wel eens wat grappigs aan je geestesoog voorbij trekken. Aan Brabants lokale folklore, dat van de ene helft van Brabant naar de andere oversteekt. En even later dus weer omgekeerd. Ik kan er niks aan doen: dat is vaak lachen geblazen. Humor op z’n Brabants. Een beetje dom, net zoals met Belgen. Maar dan een graadje erger, want het betreft wel Nederlanders. Brabo’s, zo gezegd, nog net niet zo erg als Limbabwanen. Maar dit terzijde.
Een paar weken geleden zag ik hoe een traktor met -ik schat in- tien of twaalf oude koelkasten op zo’n enkelassige aanhangwagen de N50 overstak. Met een noodvaartje, want je weet als Brabander natuurlijk nooit wanneer de niet-regionale horde op de N50 weer gas geeft. De lading schommelde vervaarlijk heen en weer, en van twee koelkasten waren de deurtjes inmiddels open en die wapperden driftig open en dicht. Deze lokalo-traktor reed daarenboven qua snelheid iets boven zijn stand. Op de iets verhoogde doorsteek tussen de rijbanen naar Nijmegen en Den Bosch ging het dan ook prompt fout. Drie koelkasten wipten enthousiast omhoog en kwamen met een ferme knal op de rijbaan naar Den Bosch terecht. Waarna een loei van een vrachtwagen met Bulgaars kenteken er dwars overheen reed. De Brabo-lokalo sprong van zijn traktor en begon de Bulgaarse chauffeur uit te schelden (uit boosheid of schrik, dat kon ik niet zo snel zien) met veel zachte G’s en verder onverstaanbaar dialect. Waar de Bulgaar natuurlijk geen woord Frans van kon maken: hij keek een beetje hulpeloos in het rond. Zo van “Wat heb ik nou aan mijn vrachtwagen hangen?” De afloop heb ik niet kunnen waarnemen: het verkeerslicht sprong zowaar eens een keer op groen en ik trok op richting Nijmegen. Ik kon het niet laten en deed snel mijn raampje naar beneden en riep: “He, SufBrabo, volgende keer een elastiekje eromheen doen hoor!” Misschien erg flauw, maar ik heb me drie verkeerde verkeerslichten lang een bult gelachen. Heerlijk.
Vanmiddag was ook leuk. Ik sta bij de verkeerslichten bij het Autotron. Komt daar zo’n 45km-autootje het terrein van Autotron afrijden. Op zich niets bijzonders. Alhoewel: wat moet zo’n vierwielig gemotoriseerd maar rijbewijsloos medemens in het Autotron? Daar staan echt geen 45km-karretjes. Maar OK, moet-ie zelf weten. De bestuurder had er in elk geval veel inspiratie opgedaan. Toen hij mocht oversteken gaf hij vol overgave gas, er kwam een forse blauwe walm uit het kleine uitlaatpijpje, en het karrtje kroop de N50 over naar de overkant. Tijdens deze gewaagde oversteek zag ik dat achter het minieme voorruitje van het eenzitsverhikel een heuse radarverklikker was gemonteerd. Zo’n nieuwe, smalle, verboden snel model. De bestuurder zat voorovergebogen achter het stuur, zoals jongens wel eens op hun brommer doen omdat ze denken dat ze dan harder gaan. Kijk: dat noem ik nu een ultieme natte droom…


