Ademloos

Ademloos was ik. Zo beklemmend. Ik stond aan de oostkant van de Muur in Berlijn en keek naar het vrije westen. De neonlichten, de reklames. Met achter me het donkere Oost-Berlijn. Zonder neon, zonder reklames, met oude rammelende trams met zwakke peertjes erin als verlichting. Met kapotgeschoten huizen in straten waar ik eigenlijk niet mocht lopen. Met het graf van de Onbekende Soldaat, waar je niet mocht fotograferen, maar wat ik stiekum door een WC-raampje uit stil protest toch heb gedaan. De stank van bruinkool. Dat vrije westen, waar ik niet naar toe kon als ik dat wilde, gloeide als een warme belofte over de Muur. Ik mocht er niet naar toe. Tenminste, die dag niet. Want als je eenmaal een tweedaags visum had kon je pas de volgende dag terug, wat er ook gebeurde. DDR, Oost-Berlijn, 1969. Ik heb me daarna nooit meer zo gekooid gevoeld. De herinnering aan dat gevoel kwam vanavond weer op. De VPRO had een reportage over de tunnelgravers. Ik zag weer plaatsen aan de oost-kant waar ik toen heb gestaan. Twee dagen later stond ik weer aan de westkant. Bij de Friedrichstrasse, op de foto. Deze foto is genomen in 1965, ik was er 4 jaar later. Het was er nog net zoals op de foto. Dezelfde beklemming, die gebleven is. Dezelfde beklemming die er voor zorgt dat ik direct in opstand kom wanneer mensen proberen mij in mijn vrijheid te beknotten. Dan raak ik in ademnood. Dan zeg ik wel eens: “Jij hebt zeker nooit achter de Muur gestaan?” Meestal begrijpen ze me niet, en dat laat ik dan maar zo. Ademnood door beklemming laat zich niet eenvoudig uitleggen.


