Dag mevrouw
Ze schuifelt langzaam op me af, achter een rollator. Ze wil me kennelijk wat vragen, dus ik wacht even. “Dag mevrouw”, zegt ze tegen me. Terwijl ik er toch wel als een man uitzie. “Weet U ook waar de brievenbus is?”. De rode brievenbus staat nog geen tien meter verderop, duidelijk zichtbaar. “Ja hoor, daat staat-ie”, zeg ik, terwijl ik naar de rode brievenbus wijs. “Oh ja, nou zie ik ‘m. Dank u wel mevrouw!”, zegt de dame en ze schuifelt verder. Ik kijk nog even of alles goed gaat. Nee, ze gaat de brievenbus voorbij en slaat linksaf een andere straat in. Het zal wel, denk ik nog, en loop verder met de hond. Nog geen tien tellen later komt een verpleegster van het bejaardenhuis zichtbaar ongerust op me af. “Heeft u een mevrouw met een rollator gezien?” Ik leg haar uit wat er zojuist is gebeurd. De verpleegster vertelt me dat de dame in kwestie zo dement is als een deur en eigenlijk helemaal niet op straat kan lopen zonder begeleiding. Ze heeft namelijk werkelijk geen flauw benul waar ze is of waar ze naar toe moet. De verpleegster gaat op een holletje de zijstraat in, waar de dame zojuist om de hoek is verdwenen. Het zal wel goed gekomen zijn, want zo snel was de dame met de rollator niet.


