Archive

Archive for April 25th, 2003

Even tellen

April 25th, 2003 No comments

Eventjes kijken welk nummer deze post meekrijgt…… Ah, nummerke 93.252.924, gepost om circa 20:00 uur. Die van vanochtend, gepost om circa 10:00 uur, had nummerke 93.229.087. Het verschil tussen die twee is: 23.837. Goeiedag dan. Tussen 10:00 uur en 20:00 uur zitten 10 uren. Per uur gaan er dus gemiddeld zo’n 2.383,7 posts naar Blogger. Dat zijn er gemiddeld 39,7 per minuut. Dat is gemiddeld 0,6 posts per seconde, zeg maar zo’n beetje elke seconde 1 post met af en toe een seconde of wat pauze. Dat is dus net zo veel als er baby’s worden geboren op deze wereld: elke seconde een. Hoeveel mensen er per seconde overlijden weet ik niet, maar die tegendraadse beweging zit er wel in. Zo zit de natuur in elkaar. Bij posts gaat dat anders: die blijven bewaard, en dus groeit de brei teksten elke seonde weer aan. Dag in dag uit, week in week uit, maand in…. afijn, U hebt ‘m zo wel te pakken denk ik. En dan hebben we het dus alleen nog maar over Blogger, niet over al die andere weblogdiensten die in gebruik zijn.
Reken we even de andere kant op. In tien uur tijd 23.837 posts. In 24 uur tijd komt dat neer op 57.208,8 posts. Per dag! Er mag 24 uur worden gerekend, want Blogger wordt over de hele wereld gebruikt, en het is altijd wel ergens tiktijd. Om het even wat begrijpelijker te houden rond ik de boel wat af, en zet de dagproductie op 57.200 posts. In een maand tijd (ik reken elke maand voor het gemak 30 dagen) zijn dat er dan 1.716.000. Op jaarbasis betekent dat 20.592.000 posts. Twintig komma vijf miljoen! Hallo dan.
En dat dan wel uitgaand van het huidige aantal gebruikers: ik reken de groei van het aantal Bloggergebruikers maar niet eens mee. Zo’n 20,5 miljoen posts per jaar. Over vijf jaar zijn dat er dan 102.960.000! Even laten doordringen: bijna honderdendrie miljoen posts. En dus nog steeds zonder de groei meegerekend.
Elk opgeslagen stukje tekst neemt op een harde schijf ongeveer 2K in beslag, ruwweg. Het ene stukje wat meer, het andere wat minder. Over vijf jaar is dat dus 2K * 102.960.000 = 205.920.000 K opslagcapaciteit. Oftwel 205.920 MB. Oftewel 205,9 Gigabyte. Zeg maar iets meer dan 5 harde schijven van 40 GigaByte elk, helemaal hartstikke tjokvol met alleen maar posts. Maal twee, want Blogger zal vast wel backups draaien (mogen we hopen).
Er kunnen hieruit een paar aardige conclusies worden getrokken. Allereerst: er wordt inderdaad heel wat afgeleuterd in blogland. Ten tweede: de kosten van opslagcapaciteit zijn nihil voor Blogger over 5 jaar. Daar komen dan nog wel de servers bij en de internetverbindig, maar ook dat valt qua investering alleszins mee. Wanneer Blogger per post 5 Eurocent zouden vragen zijn de bedenkers van dit fenomeen binnen de kortste keren tergend hemeltjes rijk. En wij betalen die vijf cent vast ook nog, verslaafd als we allemaal zijn aan dit webloggedoe.
Nog een conclusie: begin een betaalde weblogdienst en wordt slapende rijk. Tenzij de klantjes weigeren te betalen. Nou ja, dan heb je altijd nog voldoende computer en opslag om een heeeeleboel programma’s op te slaan. Ik hoop dat alle berekeningen hier kloppen, want ik ben meer een lettertjesmens dan een cijfertjesmens. Mijn algebraleraar in de eerste klas middelbare school werd helemaal gek van mij. En schreef mij direct af als beta toen ik hem uitlegde, dat mijns inziens lettertjes er zijn om proza en poezie mee te maken, niet om mee te rekenen….

Share
Categories: Blogger Tags:

93.229.087

April 25th, 2003 No comments

Ik zie net dat mijn post over Truusje nummertje 93.229.087 heeft meegekregen. Er wordt wat afgeleuterd in weblogland.

Share
Categories: Blogger Tags:

Truusje

April 25th, 2003 No comments


In ons regionale dagblad loopt momenteel een serie over “mijn autoliefde”. Jan en Alleman schrijft daar over het autootje, waarmee ze vroeger de grootste lol of liefde hebben beleefd. Nou, zo eentje heb ik ook. Of eigenlijk zijn het er twee. De fijnste wagen die ik ooit had was een Alfa Romeo Alfetta Lusso, eerder deze week al tentoongesteld in de fotocollage “herinneringen”. De tweede was de grappigste auto die we ooit hebben gehad: een Fiat 500. Op zich allemaal niet zo schokkend, ware het niet dat ik 2.05 meter lang ben en dus enige proportionele dispositie heb ten opzichte van dit autootje. Onze versie had geen open dak, en dus zat ik met het hoofd permanent gebogen om door het piepkleine voorruitje te kunnen kijken. Het autootje reed als een trein, maakte herrie voor tien, veerde voor geen meter, en had geen linker voorstoel. Ik zat namelijk op de iets naar voren gebrachte achterbank, zodat ik in elk geval wel mijn benen kwijt kon. En dat zat eigenlijk best wel comfortabel.

Erg lang hebben we niet van die autootje kunnen genieten. De technische staat was nog slechter dan het comfort. De ruitenwissers deden het bijvoorbeeld al lang niet meer, waarvoor ik een handbediening in de plaats had geknutseld. Niet echt handig, maar we zagen tenminste nog wel waar we reden bij regenachtig weer. Toen dan ook bij het opschakelen van de eerste naar de tweede versnelling de complete versnellingspook uit de bodem van de auto omhoog kwam hebben we besloten het apparaatje af te voeren naar de sloper. Want er was nog wel wat meer aan de hand met dit vehikel. De bodem lag er toen al grotendeels onderuit (bij regen dus natte voeten), en van de rode lak was ook weinig meer te zien. De koplampjes hingen met ijzerdraadjes in het chassis, en de zwengel van de portierruitjes waren al lang geleden verdwenen. Het motortje had zeer lang geleden zijn laatste onderhoudsbeurt gehad en rookte vervaarlijk. Van olie verversen hadden we nog nooit gehoord: met techniek ben ik niet zo standvastig als zou moeten. En de bandjes waren zo mogelijk nog gladder dan de ijsbaan in Heerenveen.

We hebben op waardige wijze afscheid genomen: we hebben er met een glas wijn in de hand op staan dansen voor de deur om er zeker van te zijn dat niemand -maar dan ook echt niemand- in ons geliefd autootje de sloop nog zou verlaten. Gebutst en gedeukt werd de Fiat 500 door een kraanwagen afgevoerd. We hebben nog net niet een traantje gepinkt, en hebben ons mobiele leven vervolgd in heel wat luxere auto’s waar ik tenminste een beetje normaal in kon zitten en waarin de techniek wel deed wat het moest doen. Wel beschouwd was deze Fiat 500 natuurlijk helemaal nix, maar wel een erg lief autootje. Dat troetelgevoel heb ik met geen enkele latere auto meer gehad.

Oh ja, ze had ook een naam: Truusje.

Share
Categories: Auto Tags: