Gillen

Dat je van muziek letterlijk knetterende hoofdpijn kunt krijgen is vandaag weer bewezen. Plaats van handeling: de recreatiezaal van het verzorgingstehuis in A., waar Moeder PB woont. Handeling: concert van trio klassiekzangeressen, waarvan er eentje niet kwam opdagen. Twee dames dus die, begeleid door een fanatiek timmerende pianiste, liederen van Schubert en meer van die ouwe knakkers ten gehore brachten. Dat vindt Moeder PB mooi, maar PB dus helemaaaaaal niet. Temeer omdat door het fanatieke getimmer van de pianiste de twee zangdames nog eens extra hard en hoog moesten uithalen om boven de snaren uit hoorbaar te zijn. Dat er geen glazen zijn gesneuveld mag een wonder worden genoemd. Moeder PB wilde toch graag blijven luisteren, dus heb ik het anderhalf uur aan haar zijde volgehouden. Met een tot tergende niveau’s hoog stijgende koppijn als gevolg. Na anderhalf uur vond PB het welletjes, gaf Moeder PB een dikke zoen, en vluchtte met gezwinde spoed richting uitgang, de stilte en de vrijheid tegemoet. In de auto gearriveerd heb ik toch maar een onvervalste rock-CD opgezet. Stones. Loeihard. Pijn bestrijdt je met tegenpijn, heb ik wel eens gelezen, en dat is inderdaad zo. Na een kwartier was de hoofdpijn weer verdwenen. Er is verschil tussen gillende dames en gillende gitaren.


