Dilemma

PB legt U vanavond een vraag voor. Het gebeurde alweer vorige week woensdag. Het verkeer in Arnhem zit muurvast, omdat een van de belangrijkste invalswegen is afgesloten wegens werkzaamheden. Er staan Verkeersregelaars, dienaren van Hermandad in oranje hesjes. Compleet met fluitjes en driftige zwaaiarmpjes. Bij het NS-station is de chaos compleet: alles zit muurvast.
Vlak voor een oversteekplaats staat zo’n zwaaiarmpje, die mij driftig gebaart aan te sluiten. Dat doe ik, en sta daarna dus op de oversteekplaats. Prompt begint verkeersregelaartje tegen me te zeikstralen dat ik de verkeersregels niet ken, en niet op de oversteekplaats mag stilstaan. Terwijl hij zojuist mij driftig gebaarde aan te sluiten. Ik draai mijn raampje open en zeg: “Dit klopt niet, verkeersbroeder. Je gebaart me aan te sluiten, en zeikt nu dat ik verkeerd sta opgesteld.” Er is niet met de man te praten: ik krijg nog een paar verwijten naar mijn hoofd en dreigt me op de bon te slingeren. Ik zeg dat hij dat vooral moet doen, maar dattie er vervolgens wel op moet rekenen dat hij nog niet van me af is. Dat ik niet zonder slag of stoot ga betalen vanwege zijn stommiteit.
Met name die laatste uitspraak valt slecht, maar hij gaat er verder niet op in. Het bonnenboekje blijft onder de pet. Ik zeg dattie het verder maar moet bekijken en draai het raampje weer dicht. We staan nog een minuut of wat naast elkaar, dan kan ik weer een metertje of wat opschuiven.
De vraag is nu: wie zit er nou verkeerd. PB, omdat-ie (en dat weet ik ook wel) niet op een oversteekplaats mag stoppen. Of de verkeerspief, die me dringend gebood (het is tenslotte een politieman) om aan te sluiten, dus impliciet om op de oversteekplaats te gaan staan. Leuk dilemma, nietwaar? Wie heeft het juiste antwoord in deze prangende kwestie?


