U vraagt zich wellicht af: schrijven IlseKelle, JJ en Juffrouw Jannie nix meer? Welnu: hier volgt een dienstmededeling. IlseKelle (aka IK) heeft het te druk met zijn tweedaags tuinfeest vol bier, cultuur en muziek. JJ werkt aan een scriptie die af moet voordat ze Italie onveilig gaat maken. En Juffrouw Jannie zit in Portugal: er waren kaartjes van de koffieleverancier. Vandaar. PB bewaakt het fort als vanouds alleen. En moet bovendien maar zien hoe hij aan verse koffie komt: de studiokantine is hermetisch dicht. Juffrouw Jannie duldt nu eenmaal geen vreemdengerommel in haar domein. Nog een week, en dan is ze er weer. En hebben we in de studio weer echte koffie.

Hij is onmiskenbaar van Turkse komaf. Gitzwart haar, donkere zwarte ogen, enorme zwarte snor. Vertwijfeld en wanhopig staat hij naast zijn trots, die hij zojuist in de berm van de Rijksweg te D. heeft weten te sturen. De motorkap staat open. Het meest onooglijke Opel Corsaatje dat PB ooit heeft gezien. Zichtbaar van een lang geleden bouwjaar, maar keurig opgepoetst en onderhouden. De stereotype balletjes langs de voorruit, een sticker met de Turkse vlag op de achterruit. Als ik langsloop met Hund groet ik hem en vraag wat er is. De man kijkt me in pure wanhoop aan en mompelt iets van “Auwtoo kapoet”. Ik vraag “Erg kaput?”. Hij knikt ja: “Auwtoo totaal kapoet. Machts nix mehr. Hoe iek noe naar Oberhausen?”.
Nu staat PB bepaald niet bekend om vergevorderde kennis der autotechniek. Maar ik kijk toch even onder de motorkap. Je weet maar nooit hoe een koe een haas vangt. En jawel, ik zie na wat zoeken door het motorcompartiment de vermoedelijke oorzaak al: een van de draden van de accu ligt los: de klem is eraf gesprongen, maar hangt er nog net bij. Ik zeg “Ich repariere auto”. De man kijkt me ongelovig aan. Ik steek de duim op en duik onder de motorkap. Hund Julie nestelt zich kwispelend naast de man en wacht keurig tot PB de accukabnel er weer op heeft gedrukt. Beetje aandraaien en hoppa, zit weer vast.
Ik kom weer onder de kap vandaan en zeg: “Sie auto starten ja?”. De man kijkt me aan maar snapt me niet. Ik maak een beweging alsof ik een auto start met het sleuteltje. “Ah! OK!”. Hij snapt het en wurmt zich in de Corsa. En jawel, het motortje start weer. De man jumpt zowat door het dakje van vreugde, komt de auto weer uit en drukt mijn hand met beide handen. Zijn snor krult van oor tot oor. “Danke, danke!” zegt hij. “Und du auch Danke”, zegt-ie tegen Hund en haalt Julie even over de bol. Dan stapt-ie en en tuft weg, luid toeterend, een enorme blauwe walm uit de uitlaat, op weg naar Oberhausen. Dattie daarbij de verkeerde kant op rijdt richting Arnhem bedenk ik me later pas. Zal wel goed komen. Leuk om met zo’n simpele handeling iemand zo blij te maken. Tevreden zetten Hund und ich onze wandeling voort. Het mooie weer is ineens een beetje mooier geworden.
Nou, de Oranjekoorts had ons allen vet te pakken gisteravond. Ik weet het: PB is van “Voetbah!”, maar voor dit soort spannende wedstrijden gaat PB voor de bijl. En Mevrouw PB trouwens ook. Tijdens de strafschoppen hield ze het niet meer en liep met onze vriend Appie, die er ook niet meer tegen kon, gillend de straat op. PB kneep ondertussen Astrid, de vrouw van Appie, voor de buis bont en blauw van spanning. En omgekeerd trouwens net zo. Pas toen alles in kannen en kruiken was durfden Mevrouw PB en Appie weer het huis te betreden, waarna we nog lang hebben nagefeest. Het was me het verjaardagje wel. Tja, en dan gaan we dus woensdagavond doodleuk weer opnieuw de voetbalstress in, in de Oranjestraat. Kan mij het bommen: nu we dan toch voor de voetbalbijl zijn gaan we ook door tot het gaatje!