En dan zit je afgelopen dinsdag op een camping in Duitsland. Lekker voor je tentje. Mooi weer. Glaasje wijn. Kortom: gezelli en toppie. Gaat de telefoon. Je dochter aan de lijn. Je schoonzus ligt op sterven. Met een zeldzame en uiterst agressieve vorm van leverkanker. Raast als een gek door haar lichaam en breekt de boel in noodtempo af. We moeten maar snel die kant op komen.
We pakken noodzakelijke spul, laten de caravan voor wattie is, en rijden terug. Verdoofd. Thuis uitladen en dan door naar Heemstede, naar het ziekenhuis. Een nacht- en een dagwake later is het al gebeurd: schoonzusje overleden, 49 jaar oud.
We zitten weer thuis, verdoofd, een waas watten om het hoofd. We zijn het spoor kwijt. Het weer treurt mee. Water valt met bakken naar beneden. Woensdag is de crematie. Dat zal me nog een toestand worden. En steeds maar weer die film, die in onze hoofden afrolt. In een paar dagen tijd. Weg. Uit. Afgelopen. Foetsie. Leegte. Hoe is het toch in godsnaam mogelijk.
Hoofddoekjes achter het autostuur? Verbieden die hap. Is PB ineens een religiejager geworden? Nee. Eenieder moet zelf maar weten wattie al dan niet op zijn of haar hoofd zet. Boeit niet. Waarom dan dit verbod-idee? Leg ik uit.
We zijn op weg naar een belangrijke gebeurtenis. Doet er even niet toe wat. Vertel ik nog wel, nu geen zin in. We rijden op de A2 richting Amsterdam. Komt er ineens van rechts een rood Opeltje onze rijbaan opzeilen. Ik weet de auto nog maar net te ontwijken: scheelt letterlijk een paar millimeter. Ik knipper en toeter, maar de auto in kwestie snijdt ons domweg de pas af en schuift nog een baan op naar links.
Wat extra trappen op het gaspedaal brengt ons rechts naast het rode Opeltje. Ik kijk en zie een -vermoedelijk- Turkse automobiliste met een hoofddoek op achter het stuur. Het hoofddoek steekt ver naar voren, gelijk de kleppen die je vroeger wel bij paarden zag. Ze ziet dus geen ene moer wanneer ze over haar schouder naar achter kijkt. En heeft ons daardoor dus gegarandeerd ook niet gezien. Levensgevaarlijk, zeker wanneer je met dik 100 op een beredrukke snelweg rijdt.
Dus: af die hap in de auto. Verbieden, bij wet. Kan niet. Bloedlink. Voor de draagster in kwestie, en alle automobilisten om haar heen. Handsfree bellen mag ook niet. Ook gevaarlijk. Tweede Kamer: leuk itempie voor na de luie zomerperiode. Verbod op hoofddoekjes achter het autostuur. Vanwege het gevaar, en om geen enkele andere reden.
PBDoetMee is met zomerreces.

Komende periode even geen gedoe hier. PB gaat in de tuinzon zitten en zich bezinnen op de dingen die moeten gaan komen. Even geen toetsenbord, maar ouderwets denken en op een bloknootje schrijven. Doe ik elk jaar. Goed voor de herstart na het zomerreces. Eenvoudige levensvragen, zoals “Gaan we nog door met dit weblog?”, “Hoe voorkom ik een (belasting)aanslag?” en “Hoe haal ik zo snel mogelijk een paar miljoen Euries binnen”. Dat soort simpele dingen.
Daarbij gaat PB welhaast meditatief streng te werk, volgende een vast patroon. Des ochtends te negen uren onder de parasol met een kop koffie en warme broodjes. Hond aan de voeten. Mevrouw PB in de ligchaise met een brok literatuur in de knuistjes geklemd. Te luchtijd lunch. En te dinertijd diner. Hetwelk laatste wij door een lokale cateraar aan de voordeur laten afleveren, want U dacht toch niet dat PB in zijn eigen Costa gaat staan koken. No way!
Des avonds rond 20 uren wel even de Verrekijker aan, want het wereldnieuws dient gevolgd. Gewoon ouderwets het Journaal kijken, nix geen gestream op de pjoetert. Wanneer we dan alle shit en ongein van deze wereld weer hebben genoten trekken wij fluks een fles goede rode wijn open, en genieten nog lang na. Tot het te frisjes wordt danwel een regenbui neerklettert. Dan gaat het binnenwaarts, alwaar PB de pjoetert nog steeds links laat liggen. Een heldendaad, maar noodzakelijk.
Zo rond 1 augustus moet het jaarlijkse meditatieve en pjoeterloze moment in de Costa PB maar weer fluks afgelopen zijn. De RSI en koppijn zijn dan afdoende afgezakt dat we er weer met frisse moed tegenaan kunnen. Tot dan viert PB even een rust op eigen bodem en in eigen thuistuin, en zal derhalve ook de meelboks niet legen. In plaats daarvan legen wij de wijnvoorraad, met Uw aller welnemen. Mevrouw PB en mijzelve hopen dat ook U deze retraiteperiode goed zal bevallen. Tot in augustus!
Ik weet niet of het U is opgevallen: er waait een zucht van verlichting door dit land. Hoezo? Nou, simpel: het kabinet en de Tweede Kamer zijn pleitheine. Met zomerreces (waarom heet dat niet gewoon vakantie: hebben zij soms een verhevener vakantie dan wij gewone aardse stervelingen?). Geen onheilstijdingen uit Den Haag. Geen oeverloze debatten over non-onderwerpen. Geen Van der Laan’s, die ons omroepbestel om zeep willen helpen. Niet dat pruilbekje van Zalm voor de buis, met dat super irritante zuinige lachje. Niet die brallerige kop van Van Aardsedingen. Hoera: geen Donner in dier voege dat deshalve. En bovenal: geen zalvende rethoriek van onze MP JPB. Echt waar: het hele land fleurt er gewoon van op.

In elk geval iets wat me niet moeten zien te tonen wanneer fanatici met bomaanslagen beginnen: Fear.
Het wachten is nu op de volgende aanslag. In Nederland. Rotterdam, Amsterdam, Schiphol… je weet het niet. Je weet niet waar. Je weet niet wanneer. je weet niet hoe. Je weet niet eens waarom nu precies. Je weet niet of je dan toevallig op de plek des onheils aanwezig zal zijn. Je weet helemaal niks. En dat is -naast het barbaarse en verwerpelijke van terreuraanslagen- misschien nog wel het meest irritante. Dat een stel jou volstrekt onbekende goedsdienstfanatici hun stempel weten te drukken op plekken, waar je dat stempel helemaal niet wilt zien. Niet eens kunt zien. Ik schakel het maar uit. Want anders durf je je helemaal niet meer te bewegen in dit land. Ik schakel het maar uit, want je weet niet eens zeker of het plekkie, waar je je dan verborgen zou moeten houden, ook wel veilig is. Je weet niks. Helemaal niets. Je kunt alleen maar wachten…
Geweldig: hier heb je ze allemaal nog een keertje op een rijtje. Om lekker nog eens te genieten. En te genieten. En te genieten. Check vooral de laatste van Pink Floyd: ‘Comfortably Numb’. Godsamme, hij kan het nog na al die jaren. Wat een slotsolo. Kippenvel, dames en heren, puur kippenvel. Van toppie tot teen. Zo maken ze ze vandaag de dag niet meer. Een boel jaartjes back naar eigen onbezonnen jeugd van lang haar, langspeelplaten (ik heb ze nog) en ellenlange wereldverbeteringen op schamel gemeubileerde kamertjes met kaarslicht en rood gedrapeerde doeken langs het plafond. Wat een prachttijd was dat. Heerlijk. Komt nooit meer terug. Hoewel: via dit fantastische optreden toch weer een klein beetje van wel terug. Bijna traantje weggePink(t). Kijk dan!
Oh ja: teken ook even. Of het echt wat helpt waag ik te betwijfelen, maar niks doen is zo nul…
In het project, waar ik momenteel werk, zit een bonte verzameling internationale medewerkers. Fransen, Engelsen, Duitsers, een tot Deen genaturaliseerde Iranier, Italianen en natuurlijk ook Nederlanders. Leuk internationaal clubje, waar frans, duits en engels tegelijkertijd voertalen zijn in de vergaderingen en tijdens de projectactiviteiten. Goed voor je talenervaring.
Dat er Fransen en Engelsen zijn hebben we geweten vandaag. Toen vanmiddag bekend werd dat Londen de Spelen in 2012 mag regelen brak de hel los. De Engelsen waren totaly in heaven en konden er maar niet over uit, dat ze hadden gewonnen. De Fransen daarentegen waren really pissed off en liepen de rest van de dag als een klein kind rond in merde-mode. De Italianen hadden daar weer dikke lol om, en de Duitser zei dat het hem allemaal Wurst was. Olympische Spelen hadden in het verleden van zijn thuisland alleen maar bar slechte tijden ingeluid, en dat hoefde wat hem betreft niet nog een keer.
De enige die nuchter reageerde was de Iranier, sowieso een type met een bedachtzame levenstred. De man heeft door de repressie van de oppermachtige geestelijken in zijn land al zo veel meegemaakt, dat al het andere al snel in het niet zinkt. “Ach”, zei hij, “Het is zo weer 2013″. Zelden een zo prachtig relativerende opmerking genoteerd.
Misschien moest ik ook maar eens wat aan merchandising gaan doen. PBPants?
Fotografen hebben soms een merkwaardige themakeuze.
Dochter PB loopt het Hund in de buurt. Plots een harde knal. Een personenauto botst tegen een busje. De personenautobestuurder aarzelt geen moment en gaat er met gierende banden vandoor. De busjebestuurder stapt uit, bekijkt de schade, en ziet dan een nummerbord op straat liggen. Niet van zijn auto, maar van de weggescheurde asoos…. Hahahahahahaha!
Help! Het meest afgrijselijke radioseizoen is weer begonnen. De Tourterreur: Radio Tour de France. De muziek, dat gaat nog wel. Heb ik ooit zelfs een complimentje voor uitgedeeld. Maar dat oeverloze geouwehoer over een stelletje testeronbommen (want moeders ceekuu vriendin mag niet pitten in het sportershotel, dat leidt maar af. Dat haalt niet alleen de zut maar ook de fut eruit.) die om het hardst door La Douce France pedaleren: ergerlijk. Bergie op, en dan weer bergie af als het even meezit. Pleurt er vast weer een in een ravijn, of over zo’n sympathiek rotsblokken muurtje langs de weg. Valpartijen, waar de heren radioverslaggevers (dames hoor je nooit bij RTdF) bijna van aan hun gerief komen. Kwa commentaarmoment dan he?
Nee, beste lezers en lezeressen, de Tour is niet aan PB besteed. Fietsen sowieso niet trouwens. Alles wat slechts twee wielen heeft en niet is gemotoriseerd wordt door PB gemeden als de pest. Treurig gezicht, des ochtends, van die mannekes die met een aktentas in speciaal daarvoor gemonteerde aktentasklem (geen meervoud, want er past maar 1 tas in) naar het werk fietsen. Met de kin op het stuur, en maar fluiten. Waanzin. Deze mannekes zitten nu vast te kwijlen voor de buis, en te dromen dat ze ooit op die manier in recordtijd naar hun werk kunnen trappen. Treurig…
Moppie is net 18 en heeft nu al een stem van een doorgewinterde soulzangeres. Joss Stone. Ik schreef al eerder over haar, bijna twee jaar geleden. Ik noemde haar toen de nieuwe Janis Joplin. Inmiddels zijn we dus bijna twee jaar verder en heeft Joss zich ontwikkeld tot een ware soulzangeres. Niveau Joplin? Zeker weten, misschien zelfs nog een stapje hoger. Vanavond stond ze bij Live8 in Londen op het podium. Een stem waar je meteen aan verkocht bent. Wat een voice (klik knoppie Music/Video)!
Goeiehelp. Nog een maandje of zo en ik zit hier al weer drie jaar zin en onzin te tikken. Drie jaar PBDoetMee. Da’s een lang project. En waar ik allemaal al niet over heb zitten drammen hier. Een beste waslijst. En wat zich parallel aan dit weblog verder allemaal nog heeft afgespeeld in die drie jaar. Kwa muziek. Kwa ander schrijven. Kwa digi-ontwerpen.
Kwa ideetjes die nog niet tot leven kwamen en dat misschien ook wel nooit zullen doen. Kwa ermee stoppen en dan toch weer doorgaan, omdat een weblog zo’n fantastische uitlaatklep is, een prachtig communicatiemiddel. Twee heuse doodswensen zelfs, aangeleverd per mail door een doorgedraaide zultkop, die PB daarna nog heeeeeeeel lang in diens weblog behoorlijk heeft zitten zuigen en dissen. Dat krijg je ervan als je gaat zitten etterbakken in PB’s meelboks.
Kwa vaste lezertjes, waarvan er een paar er al sinds het prille begin van PBDoetMee bij zijn. De dames en heren in kwestie weten wel wie ik hier bedoel. Zelfs een beetje een band mee opgebouwd, ook al heb ik ze in persoon nog nooit mogen ontmoeten. Kwa een jonge journaliste in opleiding, die ik zo af en toe wat vakbroedelijke goeie raad heb ingefluisterd. Ook nog nooit in levende lijve ontmoet. Kwa mislukte opzetjes, ja dat ook. Gelukkig maar: leer je weer van om het een volgende keer slimmer en beter aan te kunnen pakken.
Kwa een boze brief aan onze minister-president, die eerst niet wilde antwoorden, maar dat uiteindelijk toch persoonlijk deed. Kwa boos meeltje naar de PSP, waar nooit op is gereageerd. Kwa brief met een actievoorstel aan de ANWB, wat nog gehonoreerd werd ook. Sjessus, waar ik me al niet tegenaan bemoeid heb.
Kwa Juffrouw Jannie, onze koffiedame in de studio, die het op heur heupen kreeg en zelf een weblog begon. Om er uiteindelijk met een Cubaan vandoor te gaan, die ze tijdens een vakantie op Cuba had leren kennen. Om een paar maanden later weer op te duiken, omdat die sigarenroker wel heel erg vreemde ideetjes had over de rol van de vrouw in de samenleving. Jannie werkt weer in de studio, maar weblogt niet meer.
Kwa gastloggers, zoals de totaal ongeremde Reykjavik. Waardoor de pleuris uitbrak, en andere medewebloggers de benen namen. Waarna Reykjavik per direct weer uit de redactie is gekieperd. Mooi. Want het moet wel leuk blijven natuurlijk. En zo nog wel het een en ander aan geregelde en ongeregelde gebeurtenissen. Bijna drie jaar PBDoetMee. Drie jaar… da’s lang.
Merkwaardig genoeg heb ik de afgelopen weken tijdens mijn liezzbaktoer aan den lijve ondervonden dat een mens verliefd kan worden op een oto. En wanneer dan het praktisch denken die liefde verdringt ontstaat een merkwaardige situatie. Een soort kortstondig opbloeien van een haatliefdemoment, elke keer wanneer de auto in kwestie passeert. Nooit gedacht dat een stuk staal op wielen die gevoelens zou kunnen opwekken. Wel op TV gezien van volwassen kerels, die stonden te druppelen bij een bepaald type auto. Waarvan ik dan steevast dacht dat die vent echt niet goed snik was. Ik weet nu beter.
De BMW 118, waar ik twee dagen lang in rondreed, heeft domweg mijn hart gestolen. Die auto rijdt zo perfect, onvoorstelbaar. De ontwerpers zijn erin geslaagd een auto te modelleren, die nauwsluitend past rond een superbehaaglijk gevoel. In die auto voel je je thuis, knus, alles zit op de gevoelsmatig juiste plek. De zachtrode cateye-lampjes in het plafond geven in de late uurtjes nog een extra gezellie accent. De buitenkant van hetzelfde laken een pak. Het koetsontwerp straalt iets ondefinieerbaars uit. Iets wat zich amper laat beschrijven, iets wat je voelt. Of niet natuurlijk, want bij Mevrouw PB werkte dit effect bepaald niet. Zij zei dat ze bij het aanschouwen van het 118-model een Fiat Multipla-gevoel kreeg. Ik kan U verzekeren: dat voorspelt weinig goeds.
Waarom koos ik dan uiteindelijk toch een VW Passat Variant? Een model dat nu ook al veur de deur staat, en dat ook nog een uitloopmodel is: in oktober komt er een nieuwe. Omdat het verstand het uiteindelijk won van het gevoel. De BMW rijdt en zit dan wel super, maar is -als je regelmatig wat grotere dingen moet vervoeren- niet efficient. De kofferbak is domweg te klein. En ordelijk twee achterpassagiers meenemen kan eigenlijk niet vanwege het ontbreken van voldoende beenruimte. In de Passat kan dat allemaal wel, en dus won de rede het van de emotie. Een lagere BPM speelde ook wel mee: er zat netto per maand een fors verschil tussen de VW en de BMW. Echt zwaar woog dat argument eigenlijk niet: wie mooi wil rijden moet dieper in de buidel tasten, zo simpel is dat. Dan maar een paar flessen wijn minder, who cares. Luxeprobleem. Maar toch: op jaarbasis scheelt dat verschil wel een flinke slok op een borrel. Laten we zeggen: het verschil tussen wel een Mac G5 of geen Mac G5.
En waarom dan dat haatliefde-moment als een 118 passeert? Omdat nog steeds dat model de adrenaline-kick geeft die bij de eerste aanschouwing optrad, en die zich die twee dagen onverminderd voortzette. De liefde voor een oto. En omdat de ontwerpers hebben verzuimd de achterste helft wat ruimer op te zetten, waardoor ik praktisch gezien nix aan die oto heb en dus een andere keuze moest maken. De haat (nou ja, een beetje dan). Dat gevoel van: ik wil je graag, maar het kan niet. Een soort onmacht door het bereikbare, dat zo onbereikbaar bleek te zijn.
Ik betrapte mezelf erop dat ik vanmiddag, toen een mooi metallic grijs glimmende 118 me paseerde, ik een zacht kreuntje van onvervuldheid liet. Echt waar. Nooit van mezelf gedacht… Overigens: ik klaag niet hoor. De Passat is ook een superoto om in rond te kunnen rijden. Te mogen rijden zou je haast zeggen. Dus waar hebben we het eigenlijk over. Maar toch: dat gevoel… ik heb het nu een keer aan den lijve ondervonden. Ik zal nooit meer iets afwijzends vinden van volwassen kerels die staan te druppelen bij een oto of een motor. Ik snap het.
De meeste moderne kunstprojecten vinnik maar nix. Ik bedoel: wat hebben we eraan dat een loei van een tellert voor de TBS-kliniek in Nijmegen lijf bijhoudt wie van de logeerders aldaar binnen of buiten is? Ja, daar hebben we veel aan want da’s kunst, werd bij de onthulling gezegd. Lulkoek. Ik meen 40.000 Euries heeft dat ding gekost. Over pure verspilling gesproken.
Op het inernot kwam ik vandaag The Red Ball Project tegen. Een stel mafkezen zeult een gigantische rode bal de hele wereld over en pleurt dat ding op de meest vreemde plekken. In bushokjes, bij banken, onder viaducten, noem maar op. Kijk: of dat nou echt kunst is weet ik ook niet, maar origineel is het wel. En dan is het eigenlijk toch weer kunst wat bij betreft, alzzu me nog kunt volgen.
Ik heb overigens het stiekume vermoeden dat de reklamepiefjes van de post weer zeerhoogstwaarschijnlijk piekfijn jatwerk hebben gepleegd in het rode bal Ster-spotje. De gelijkenis met het RedBall Project is wel heeeeeel erg toevallig (ahum). Maar goed, kan mij dat schelen. Die rollende postbal is geen kunst, de originele RedBall wel. Of, kijkend naar het belang voor de kunst van deze kunst, misschien toch ook weer niet. Kijk, da’s nou het irritante aan moderne kunst. Je weet potdomme nooit waar je aan toe bent.