Japan aan de lijn
Wat zal ik zijn geweest. Een jaar of 10 denk ik. Op het kantoor van mijn vader lag een papier met een vreemd telefoonnummer erop. Tekst, die ik niet begreep, en het woordje Japan dat mijn vader erbij had geschreven. Japan lag heel ver weg, dat wist ik wel. Waar het precies lag had ik geen flauw benul van, maar mijn vader had het wel eens “aan de andere kant van de wereld” genoemd, en dat moest dus wel heel ver weg zijn.
Op het bureau van mijn vader stond een zwart bakelieten telefoontoestel, dat erom smeekte dat het nummer gedraaid zou worden. Ik pakte het papiertje en begon aan de reeks nummers. Een voor een klikte de zwaar draaiende kiesschijf het nummer de wereld in. Nadat ik het laatste nummer had gedraaid hield ik vol spanning de hoorn tegen mijn rechteroor en wachtte in spanning af. De telefoon ging een paar keer over (de oproeptoon klonk heel anders dan wanneer je met je oma belde), en werd toen opgenomen. Ik hoorde een vrouw iets roepen in een taal die ik niet begreep. Ik zei niets. Nog een keer riep de vrouw iets. Weer zei ik niets en legde snel de hoorn op de haak.
Ik verliet het kantoor met een gevoel van enorme trots: ik was zojuist helemaal aan de andere kant van de wereld geweest. Tien was ik toen, 54 ben ik nu. Ik stuur vandaag de dag een mailtje naar iemand in Japan, dat in een fractie van een seconde in zijn mailbus verschijnt. Alsof het de gewoonste zaak van de wereld is, en dat is het ook. De spanning is eraf, het gevoel even op ontdekkingsreis te zijn geweest is er niet. Jammer dat dat gevoel van trots en spanning van destijds er nu niet meer bij zit. Onze wereld is daarvoor te klein geworden.


